Afgelopen zondag met mijn ouders gaan uit eten ter gelegenheid van de verjaardag van mijn moeder. Heel leuk, eigenlijk. Maar nu, twee dagen later, krijg ik opeens weer een onaangenaam gevoel als ik me een paar van hun zinnen herinner van die avond. Ook toen kromp ik ineen en werd ik opeens heel stil, net als vroeger. Van buiten dan, want van binnen was het mengeling van allerlei emoties tegelijkertijd: woede, onbegrip, frustratie, verdriet, walging…
“Ach, die vrouw houdt zich alleen maar bezig met kijken naar van die psychologische films, allemaal onzin. Veel te moeilijk, daar word je toch alleen maar depressief van? En dan houdt ze zich ook nog bezig met dromen en wat die zouden kunnen betekenen. Er is iemand waar ze wel eens naar toe gaat die ze dan zogenaamd voor haar uitlegt. Ook allemaal onzin. Dromen kun je niet uitleggen, dat is één grote onzin. Als ze in plaats daarvan eens zou zorgen dat haar huis op orde is!…
Ik weet dat dit de omgeving is geweest waarin ik opgegroeid ben, maar ik vind het nog steeds soms onbegrijpelijk hoe sterk dit soort ‘oud zeer’, ook twintig jaar later, nog opgeborgen kan liggen in je lijf en geest, ergens in het vooronder van je ziel.