Ouders

Rekenkundige leeftijd

zaterdag 31 januari, 2009

Ergens in de overgang van het jaar 2003 naar 2004 was mijn vader exact twee keer zo oud als mij. Hij was tachtig en ik veertig. Dat moment van exact dubbel zo oud zijn komt maar één keer voor, daarvoor is de vader of moeder altijd ouder dan dubbel en daarna minder oud dan twee keer de leeftijd van het kind. Klinkt verwarrend, en daarom heb ik het maar even rekenkundig onder de loep genomen.

Als je als ouder 30 jaar bent als je eerste kind geboren wordt, dan ben je een dag later precies 11.111 keer zo oud als je kind. Dat getal loopt vervolgens in eerste instantie snel terug, want als het kind 1 jaar oud is ben je als ouder ‘nog maar’ 31 keer zo oud als je kind. Misschien wel een aardig getal om mee aan te kunnen geven hoever je gevorderd bent in je ouder zijn, en dan nota bene verzonnen door iemand die geeneens eigen kinderen heeft.

Voorbeeldjes (leeftijd in jaren):

Leeftijd kind Leeftijd ouder Quotiënt
0,0027 (1 dag) 30,0027 11.111
1 31 31
5 35 7
10 40 4
20 50 2,5
30 60 2
40 70 1,75
50 80 1,60
ouder sterft in het tachtigste levensjaar…
80 80 1
81 80 0,987

Zoals je kunt zien wordt het laatste getal steeds kleiner totdat het – in dit voorbeeld tenminste – uitkomt op precies 1. Dan ben je even oud als je ouder, voor even één op de lijn van leeftijden. En mocht je ouder worden dan je pa of ma geweest zijn toen ze stierven, dan daalt het getal tot onder de 1 en kom je in het gebied van de breuken. Maar dan ben je zelf waarschijnlijk – in letterlijke zin – ook al een aardige breuk.

TIA

zondag 25 januari, 2009

Pa: ‘Een TIA, wat is dat eigenlijk?’
Ik: ‘Die T weet ik niet meer, maar ik dacht dat de I en de A stonden voor Intravasculair Accident of zoiets’.

Ik heb het thuis meteen opgezocht in mijn oude Zakwoordenboek der Geneeskunde, en TIA is de afkorting van Transient Ischaemic Attack, een ‘voorbijgaande doorbloedingsstoornis’. De reden waarom mijn pa een aantal dagen moeilijk kon praten en zijn aangezicht aanvoelde alsof het gemaakt was van was. Verder doet de benaming er niet toe, want zoals hij het zelf verwoordt: ‘Ach, op mijn leeftijd kun je vanalles verwachten’.

Pennings

zondag 6 juli, 2008

Met inmiddels meer dan duizend berichten op mijn weblog merk ik dat ik me weleens afvraag of ik niet al een keer eerder over iets geschreven heb. Dan bedoel ik niet qua onderwerp, want ieder mens heeft nu eenmaal zo zijn thema’s waar zijn of haar leven omheen blijft draaien, en ook herhaling is op zich geen ramp. Veel van de meest bekende kunstenaars doen vaak niets anders dan zichzelf een leven lang herhalen. Het gaat mij hier om de vraag of ik iets niet letterlijk al een keer eerder vermeld heb.

Soms heb ik dat gevoel opeens en dan ga ik net als iedere andere bezoeker naar mijn eigen site en vul daar bij ‘zoeken’ een trefwoord in. Tot nu toe valt het resultaat nog mee. Als ik iets al eens eerder aangehaald heb dan was het binnen een andere context of geboren vanuit een andere gedachte. Dan kan ik gerust doorgaan met het schrijven van een nieuw stukje, maar er komt een dag dat ik het niet in de gaten heb en mezelf hopeloos ga zitten herhalen.

‘Pennings’ zeiden ze dan vroeger in mijn vaders tijd, als iemand begon met iets te vertellen dat hij of zij al eerder had verteld. Soms de dag ervoor nog, of in het ergste geval nog diezelfde dag. Meneer Pennings was iemand die er om bekend stond nogal eens in herhaling te vallen. De verhalen van mensen in een dorp zullen toch al nooit zo gevarieerd zijn geweest als die van mensen in een grote stad, dus je kunt nagaan hoe irritant het moet zijn geweest steeds maar weer hetzelfde te moeten aanhoren.

Maar ze hebben er toen samen iets op bedacht. Niet samen met meneer Pennings, want die was inmiddels overleden en anders ging het wel achter zijn rug om. Het werd de gewoonte om iemand met het woordje ‘Pennings’ te onderbreken als er iets aan zat te komen wat al eerder door die persoon was verteld en in het bijzijn van dezelfde toehoorder. Dan werd er even gelachen, de verteller bood zijn exscuses aan voor zijn naderende ‘dementie’ en het gesprek ging weer verder. En tot op de dag van vandaag zeggen mijn vader en moeder soms kort ‘Pennings’ tegen elkaar en nog steeds wordt er om gelachen.

Sommige tradities moet je in ere houden. Ik stel dan ook voor dat als ik mezelf op mijn weblog op een serieuze manier ga zitten herhalen, ik een mailtje van iemand kan verwachten met als onderwerp ‘Pennings’, gevolgd door de titel en datum van het bericht. Dan weet ik genoeg.

Op de tenen of met de platte voet

zondag 29 juni, 2008

Fietsen doe je door je voeten op de pedalen te zetten en deze vervolgens om en om naar beneden te duwen. Ik doe dat zelf met mijn voorvoeten, zeg maar met de tenen. Maar ik ken ook mensen die hun voeten plat op de trappers zetten, zo’n beetje tegen de hak van de schoen aan. Of bij het ontbreken van een hak zelfs nog verder naar achteren.

Ik ben er eens op gaan letten en bij wijze van experiment heb ik mijn voeten ook eens plat op de pedalen gezet om te kijken hoe dat voelt. Het eerste wat me daarbij opviel is dat deze manier van fietsen voor mij ‘lomper’ aanvoelt. Het lijkt in het begin alsof je hiermee meer kracht kunt zetten (het ‘stoempen’ van Mart Smeets), maar je lichaam beweegt meer van links naar rechts en dus werkt het volgens mij op de lange duur vermoeiender. Maar voor de rest voelt het ook wel als een luie en ontspannen manier van fietsen.

Niks voor mij dus. Ik gebruik mijn tenen omdat ik vind dat ik hiermee met meer gevoel kan fietsen. Mijn hele voet en ook mijn enkels pedaleren zogezegd mee. Het fietsen lijkt hiermee vloeiender te gaan en met meer richting, alsof de punten van mijn tenen al in de richting wijzen waar ik naartoe wil. En liefst een beetje snel.

Mijn moeder gebruikt ook haar voorvoet bij het fietsen. Op dit moment heeft ze helaas weinig tot geen gevoel meer over in haar benen en voeten (zenuwprobleem), maar vroeger fietste ze me er zonder pardon uit als we ergens de weg overstaken of als het stoplicht op groen sprong. ‘Hé ho, doe eens normaal zeg!’ zei ik dan hijgend als ik haar weer ingehaald had. ‘We hebben toch geen haast ofzo?’

Maar eigenlijk durfde ik niet toe te geven dat ze – en met een leeftijdsverschil van 26 jaar – veel sneller kon fietsen dan ik. Ik hoop voor haar dat ze het nog een tijdje kan blijven doen, desnoods met een paar extra wieltjes links en rechts.

Het geldkistje van opa

dinsdag 17 juni, 2008

Het geldkistje van opaBij mijn laatste bezoek aan mijn ouders zag ik bij het weggaan nog net dit kistje bovenop de hoedenplank van de kapstok staan, klaar om bij een volgende gelegenheid mee te geven aan een oom die wat bijverdiend met het verzamelen en inleveren van oud ijzer.

Het kistje werd vroeger door mijn opa gebruikt door er aan het eind van iedere week wat geld in te stoppen dat mijn oma op haar beurt weer mocht besteden aan huishoudelijke uitgaven. Bij de gratie ‘des Herren’ zeg maar, zo ging dat vroeger vaker in een gezin. En wilde mijn oma eens iets extra’s kopen, bijvoorbeeld een nieuw jurkje voor mijn moeder, dan moest dit altijd door opa goedgekeurd worden. En dan vaak pas na in hoger beroep te zijn gegaan, want doorgaans was er niet veel geld voor dit soort dingen.

Het geldkistje van opaUiteraard heb ik mijn oom moeten teleurstellen. Zo’n kistje laat je niet omsmelten toch? Maar ik moet wel toegeven dat ik nog geen goed antwoord heb kunnen verzinnen op de vraag van mijn ouders, namelijk: ‘Wat moet je daar nu mee?’.
Ik kan er natuurlijk ook geld in gaan stoppen, maar dat staat vandaag de dag op bank- of girorekening. Foto’s staan op de harde schijf of dvd en veel van mijn gedachten staan online. Wat blijft er dan tegenwoordig nog over, iets fysieks en niet al te groot, wat je zou kunnen en willen bewaren in een klein metalen kistje met stevig slot?

Geboortecijfers: parasieten en slaven

woensdag 20 februari, 2008

Spanje komt met financiële lokkertjes in een uiterste poging het lage geboortecijfer van het land op te krikken. In Nederland probeert minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin de discussie over het geboortecijfer aan te wakkeren. (bron: Brabants Dagblad)

Familiefoto, omstreeks 1930-1932Minister Rouvoet ziet grotere gezinnen wel zitten, als mensen hiervoor willen kiezen wanneer flexibele werktijden en verlof beter geregeld zouden zijn. Nell Coumans van de Vereniging Grote Gezinnen denkt ook dat veel Nederlandse ouders een tweede of derde kind erbij zouden willen hebben als dat zou kunnen. En hoogleraar economie Bernard van Praag noemt bewust kinderloze echtparen zelfs ‘parasieten’: ‘Wie geen kinderen op de aarde zet, dient ook maar zelf voor zijn AOW te zorgen.’

Bijgevoegde foto is een familiefoto van het gezin waarin mijn vader opgroeide. Tien kinderen, waarvan er nu nog drie in leven zijn. Helemaal linksonder staat mijn vader als één na jongste van het gezin. Als enig kind heb ik hem vaak gevraagd naar hoe het was om in zo’n groot gezin te wonen en of hij het soms niet vervelend of stilletjes vond, ‘zomaar’ met zijn drieeën in een klein flatje. Maar hij heeft het altijd heerlijk gevonden, de rust, en ook het op zichzelf kunnen zijn zonder de bemoeienissen van anderen.

Op de voorgrond van de foto zitten ‘de vader’ en ‘de moeder’. Zo werden ze ook altijd genoemd, nooit pa of ma. Ouder zijn had toen nog een bepaalde status, en die status kwam via de kerk en de kerk had voor alle ouders een opdracht: hoe meer kinderen hoe beter. En in dit verband moest ik denken aan wat ‘de moeder’ lang geleden tegen mijn eigen moeder heeft gezegd toen bleek dat ik haar enigst kind zou blijven: ‘Hou het maar bij die ene. Wij zijn slaven geweest’.

Ze heeft dit ooit gezegd toen ‘de vader’ overleden was, alle kinderen het huis uit waren en ze bij een kinderloos gebleven dochter in huis was gaan wonen. Daar heeft ze volgens eigen zeggen, als tachtigjarige, de beste jaren van haar leven gehad. Vrij en zonder bemoeienissen van anderen…

Onder moeders rok

zaterdag 7 juli, 2007

Ik heb ontdekt waarom er tegenwoordig toch zoveel mensen bij een psychiater of ander zielshulpje aankloppen met emotionele problemen. Nee, echt waar! Het daagde me opeens toen ik een paar huilende kinderen tevergeefs zag proberen grip te krijgen op de benen van hun moeder. Die mooie warme benen zitten namelijk al decennialang verstopt onder de gladde stoffen van een broek.

Ik weet het nog als de dag van gisteren… Als ik me niet goed voelde kroop ik onder de keukentafel. Over de keukentafel hing altijd een dun met kant afgezet kleedje dat een kwartslag was gedraaid. Zodoende hing de hoek met de punt naar beneden en gaf zo een beetje het gevoel van een tent. Daar bleef ik dan een hele tijd in mijn eentje zitten.

Op een gegeven moment zag ik dan mijn moeder de keuken binnenkomen. De onderste helft tenminste. Lange blanke benen en met net boven de knieën een stukje van de heen en weer zwaaiende rok. Dan schoof ik onder de tafel vandaag en greep me vast aan één van die lange warme benen. Ik hoorde mijn moeder dan altijd een schrikgeluidje maken, maar ze liet me verder altijd zitten. En de benen waren niet het enige dat warm, vertrouwd en veilig aanvoelde. Van onder de rok daalde nog een andere warmte op me neer. Als ik omhoog keek kon ik nooit echt goed zicht krijgen op waar die warmte precies vandaan kwam, maar het voelde goed en behaaglijk. Mijn eigen veilige tipi, daar onder moeders rok.

Wat een gemis met al die broeken tegenwoordig. In de zomer zie je ze natuurlijk nog wel eens, maar omdat het dan erg warm kan zijn is de drang om er (als kind) onder te kruipen minder groot. Juist bij slecht weer en in de herfst en winter, juist dan zouden moeders gewoon rokken moeten blijven dragen. Zou een hoop kunnen schelen in de ziektekostenpremies.

Moederdag

zondag 13 mei, 2007

Roos“Hoi mam, met mij. Ik kom vandaag niet jullie kant op, maar bij deze nog proficiat met moederdag.”
“Ach, je hoeft ook niet vandaag persé te komen, maar wat fijn dat je er nog aan hebt gedacht!”…

Drie weken geleden zag ik de eerste advertentie staan in een weekkrantje. Ik dacht nog: “Verrek, is het zondag alweer moederdag?” In de weken daarna was het onmogelijk om NIET te weten dat moederdag 2007 aanstaande was, en dat geeft zo’n telefoontje bijna iets hypocriets. En een schuldgevoel dat je het misschien wel vergeten zou zijn als je er niet zo veelvuldig op zou zijn gewezen.

Als ik de volgende keer naar mijn ouders ga zal ik wel een extra grote bos bloemen kopen voor mijn moeder. Dat is toch de makkelijkste manier om eventueel nog sudderende schuldgevoelens af te kopen. Met dank aan de middenstand.

April doet wat ie wil

maandag 30 april, 2007

“Het kan regenen en stormen en vriezen dat het kraakt”. Ik hoor het mijn vader nog zeggen over de maand april, en dit is ook het beeld wat ik zelf heb van deze maand. Hij heeft het niet zo hoog op met al die voorspellingen dat het klimaat in onze omgeving drastisch gaat veranderen de komende jaren. “Allemaal onzin” naar zijn idee. Vroeger was het ook wel eens warm in april, en toen de duitsers met hun tanks door de straten van Sittard marcheerden in de vroege ochtend van 10 mei 1940, stonden mijn vader en de rest van zijn familie in hun nachthempjes op straat. Zo warm was het toen.

Ik lig er wel eens vaker mee overhoop met mijn vader. Hij ziet het als gekmakerij door de media, en ik voorzie natte voeten en een nieuwe ijstijd. Want zo lang achter elkaar zo warm en zo droog? (knmi: april 2007) Of hoort dit ook bij het spreekwoord dat ‘april doet wat hij wil’?
Mijn vader ligt er in elk geval niet wakker van. Maar ja, met zijn tweeëntachtig jaar zal het hem ook niet zo heel veel meer kunnen schelen hoe de poolkap er over twintig jaar bij ligt.

Cassius Clay

donderdag 15 februari, 2007

Mohammed AliMuhammad Ali vierde 17 januari zijn 65ste verjaardag. Ik kan me herinneren dat mijn vader vroeger een groot bewonderaar van hem was. Cassius Clay heette hij toen nog. Als ik soms middag in de nacht even wakker werd kon ik het gedempte geluid horen van de tv. Dan herinnerde ik me dat mijn vader ons, mijn moeder en ik, tijdens het avondeten verteld had over een belangrijke wedstrijd die ‘s nachts uitgezonden zou worden en over wat voor geweldige bokser hij wel niet was. Niet gemeen zoals andere boksers en heel sierlijk. ‘Dansen’ heette dat. De beste bokser die er ooit bestaan heeft. Dat vond Muhammad Ali zelf ook altijd: “I’m the greatest thing that ever lived. I’m so great I don’t have a mark on my face. I shook up the world.”

Jaren later heb ik eens een herhaling gezien van zo’n bokswedstrijd. Alles wat mijn vader verteld had klopte. Hij was snel, sierlijk en heel sportief. Maar toch. vond ik het nu echt leuk om hier naar te kijken? Het mooiste vond ik altijd als de tegenstander begon te wankelen en je kon zien dat Ali zich klaar maakte voor de volgende stoot maar zich dan bedacht. Er was blijkbaar bij hem nog ruimte voor een gedachte, een overweging, mededogen voor zijn tegenstander. Misschien maakte dat van hem inderdaad meer dan alleen maar een vechter.

Neil ArmstrongTerwijl ik terugdenk aan die nachtelijke uitzendingen herinner ik me nog een ander moment, namelijk de landing op de maan in 1969. Ook toen moest ik hiervan getuige zijn vanuit mijn bed terwijl mijn vader achter de zwart-wit tv zat en keek naar één van de grootste gebeurtenissen van de vorige eeuw. Daana is hij nergens meer zijn bed voor uitgekomen.

Zou er nog een moment komen dat vaders en moeders hun kinderen uit bed halen om getuige te zijn van iets waarlijk groots? Ik hoop het. En dan uiteraard niet om beelden te zien van het doorbreken van dijken of het zinken van de allerlaatste ijsschots op de Noordpool.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen