Ouders

Een (rooie) duit in het zakje

woensdag 6 september, 2006

Het loonzakjeDe PvdA komt in zijn komende verkiezingsprogramma met een voorstel voor een bonus van 500 euro voor werknemers met een laag of middeninkomen. Ze willen op die manier werken financieel aantrekkelijker maken. Maar je zou het ook een goed overwogen kostenpost kunnen noemen om zoveel mogelijk stemmen ‘in te kopen’ voor de verkiezingen in november.
Een veel beter voorstel komt echter van mijn vader, een ervaren PvdA stemmer, namelijk herinvoering van het loonzakje.

Mijn vader is van beroep stratenmaker geweest. Op het einde van elke week kreeg iedereen in het bedrijf een loonzakje met het salaris van die week en met zijn eigen naam erop. Handgeschreven! Elke week beloning voor geleverde diensten, elke week waardering.
‘Instant Reward’ noemt men dit in de psychologie en een van de beste manieren om gedrag te belonen. Het is veel leuker en geeft meer voldoening om waardering voor geleverd werk persoonlijk overhandigd te krijgen, i.p.v. één keer per maand via bank of giro. En dan soms ook nog te laat en moet je via internet kijken of het geld inderdaad gestort is.

Een loonzakje komt ook meer tegemoet aan het idee van een ‘cadeautje’. Wat zou er deze week in het zakje zitten? Mijn vader moest namelijk regelmatig overwerken en dan was het op het einde van de week telkens weer een verrassing wat er door de werkgever ‘extra’ was toegevoegd. En het was ook nog eens ‘plezier voor twee’, want ook mijn moeder vond het altijd weer spannend hoeveel ze kon gaan confisqueren voor de huishoudpot.

Het loonzakje dus. De beste manier om werken aantrekkelijker te maken en nog goed voor de economie ook. Want wat moet je telkens met zoveel contant geld op zak?

Portemonnee

zondag 3 september, 2006

Portemonnee, model vaderMijn vader en ik lopen door de stad. Ik zal niet ouder zijn dan een jaar of zes want mijn ogen zijn ter hoogte van zijn ellebogen. Als we in de buurt komen van een ijssalon vraag ik hem of ik een ijsje mag hebben. Ik zie hem even met zijn tong langs zijn lippen gaan terwijl hij zijn rechter elleboog naar achteren strekt zodat hij zijn portmonnee uit zijn broekzak kan halen. Het flapje van de portemonnee gaat open en ik zie hem met zijn kleine oogjes grabbelen tussen het muntgeld. Het verlangen naar een ijsje maakt plotseling plaats voor verdriet en schuld en ik zeg tegen hem…

“Laat maar pap, ik hoef toch geen ijsje.”
“Hè? Waarom niet?”
“Oh, ik heb er toch niet zo’n zin in, laat maar.”

En terwijl ik dit zeg trek ik hem langzaam aan zijn hand bij de ijssalon vandaan. En dus geen ijsje, maar ook geen goed gevoel over wat ik heb gedaan. We lopen verder, ik word ouder en op een bepaald moment ga ik uit huis en verhuis naar een andere stad. Maar een stuk van mij staat nog steeds voor die ijssalon te wachten en te twijfelen, met een gevoel dat ergens tussen verlangen en angst zit.

Dit is een sterke herinnering en eentje die waarschijnlijk model kan staan voor hoe ik vroeger als kind met mijn ouders ben omgegaan. Wat er in mij omging, mijn problemen, gedachten en verlangens, hield ik verborgen omdat ik voelde dat ik ze hiermee zou belasten en dus hield ik in het vervolg alles maar voor me. Ook voor mijn vrienden, op school etc. Niet plezierig maar wel zo veilig.

Mijn portemonneeEn zoals ik al zei staat een stuk van mij nog steeds voor die ijssalon en verbaas ik me erover hoezeer ik in sommige opzichten mijn eigen vader ben geworden. Kijkend naar mijn eigen portemonnee valt het me op dat hij inmiddels net zo versleten is als die van mijn vader destijds. En net als toen ontzeg ik mijzelf nog steeds een hele hoop ‘ijsjes’.

Veranderen is niet altijd makkelijk, maar een begin hiermee maken wel. Ik ga de komende week dus om te beginnen op zoek naar een nieuwe portemonnee. Geen zwarte en geen leer, dus het zal me benieuwen waar ik mee thuis zal komen. Een foto volgt…

Allemaal onzin

maandag 7 augustus, 2006

Afgelopen zondag met mijn ouders gaan uit eten ter gelegenheid van de verjaardag van mijn moeder. Heel leuk, eigenlijk. Maar nu, twee dagen later, krijg ik opeens weer een onaangenaam gevoel als ik me een paar van hun zinnen herinner van die avond. Ook toen kromp ik ineen en werd ik opeens heel stil, net als vroeger. Van buiten dan, want van binnen was het mengeling van allerlei emoties tegelijkertijd: woede, onbegrip, frustratie, verdriet, walging…

“Ach, die vrouw houdt zich alleen maar bezig met kijken naar van die psychologische films, allemaal onzin. Veel te moeilijk, daar word je toch alleen maar depressief van? En dan houdt ze zich ook nog bezig met dromen en wat die zouden kunnen betekenen. Er is iemand waar ze wel eens naar toe gaat die ze dan zogenaamd voor haar uitlegt. Ook allemaal onzin. Dromen kun je niet uitleggen, dat is één grote onzin. Als ze in plaats daarvan eens zou zorgen dat haar huis op orde is!…

Ik weet dat dit de omgeving is geweest waarin ik opgegroeid ben, maar ik vind het nog steeds soms onbegrijpelijk hoe sterk dit soort ‘oud zeer’, ook twintig jaar later, nog opgeborgen kan liggen in je lijf en geest, ergens in het vooronder van je ziel.

Ooggetuigen

vrijdag 9 december, 2005

‘Pa, vertel nog eens over vroeger, toen het buiten zo rustig was dat jullie ‘s zomers tot ‘s avonds laat aan het kaarten waren midden op straat. En toen jullie nog met paard en wagen kolen rondbrachten bij de mensen thuis en dat jij zomaar 50 kg op je rug tilde en daarmee de trappen op en af liep. En bakte je moeder met carnaval echt 40 vlaaien voor het hele gezin en waren die datzelfde weekend al op? En die keer dat jullie van Hilversum ‘s avonds terug naar huis reden, kwamen jullie dan echt maar een paar auto’s tegemoet? En toen jullie met de auto naar een garage reden voor een onderdeel, zaten jullie toen echt op sinaasappelkistjes omdat de stoelen er tijdelijk uit waren gesloopt? En een agent die dat zag, moest die daar echt om lachen en gaf hij jullie géén bekeuring? En toen jullie naar de film gingen – wat toen nog maar een kwartje kostte – en je vergat achteraf je fiets mee te nemen, stond die fiets daar een week later nog? En dan niet op slot? En sliepen jullie echt nog op stro?’

Elk jaar worden de beide wereldoorlogen herdacht. Onlangs was er nog een herdenking van de eerste wereldoorlog waarbij een paar van de allerlaatste nog in leven zijnde ooggetuigen aanwezig waren. Als ook deze overleden zijn zullen we de boeken moeten gaan geloven of in het beste geval de herinneringen van familieleden of een documentaire op tv. Maar de echte aanwezige, de echte ooggetuige zal er dan niet meer zijn.

Maar dat geldt voor veel méér dan alleen maar de oorlogen of de landing op de maan. De voorbeelden aan het begin zijn maar enkele van de vele voorbeelden die mijn vader of moeder me vertellen uit hun jeugd of die ik me kan herinneren van verhalen van mijn opa en oma. Ooggetuigen van een totaal andere wereld en manier van leven dan nu. Als ik oud ben zal ik kinderen kunnen vertellen dat de wereld er in mijn jeugd anders uitzag dan nu, maar niet zo héél veel anders. Hoogstens iets minder, iets minder heftig of iets minder vaak. Maar de grote verschillen zullen dan verdwenen zijn.

Mijn vader, de acrobaat

maandag 14 november, 2005

Mijn vader, de acrobaatAls zoon kun je meestal veel dingen van jezelf terugvinden in je vader. Opvallende gelijkenissen of kleine dingen die je pas later leert herkennen. Soms tot je eigen ergernis, en soms iets om trots op te kunnen zijn. Maar soms zijn er ook eigenschappen waarvan je echt niet weet waar je ze in jezelf zou moeten gaan zoeken.

Mijn vader heeft vroeger veel aan turnen en acrobatiek gedaan. Waarschijnlijk aangemoedigd door het vele sjouwen van zware zakken met kolen en zijn lidmaatschap bij de plaatselijke gymnastiekvereniging. In zijn vrije tijd ging hij samen met zijn broer oefenen in de wei achter het huis. Aanvankelijk alleen maar met geïmproviseerde gewichten, maar later ook steeds meer met elkaar. Uiteindelijk werden ze zelfs zo goed dat ze wel eens mochten optreden in een plaatselijk circus, waarvan één optreden (naar eigen zeggen) toendertijd rechtstreeks uitgezonden werd op de duitse televisie. Ik heb me dit altijd een beetje dromerig proberen voor te stellen. Mijn vader? Echt waar? Hij?

Mijn vader, de acrobaatDit verleden van mijn vader heb ik altijd met open mond moeten aanhoren, want bewijs had ik er nooit van gezien. Mijn eigen kunnen op dit gebied was minimaal. Tijdens gymnastieklessen kwam ik zelfs na vijf minuten ‘touwklimmen’ niet verder dan 10 centimeter boven de grond, en bij het via een springplank over zo’n kast springen heb ik meermalen mijn knieën flink bezeerd. Met een bal kon ik echter beter uit de voeten. Trefbal, voetbal, volleybal en dergelijke gingen me goed af. Maar toch kan ik me nog de frustratie herinneren als mijn vader zich weer eens met gemak enkelen keren optrok aan een ijzeren stang achter het huis van mijn opa en oma, terwijl ikzelf mijn armen amper in een kleine buigstand kreeg.

Nadat ik dit allemaal alleen maar wist van ‘hebben horen zeggen’, zijn uiteindelijk toch een paar foto’s opgedoken van mijn vader en zijn broer. Eén foto laat hen zien tijdens een optreden, en de andere is genomen achter hun ouderlijk huis. De wei zelf kan ik me nog redelijk herinneren, maar de achterkant van de schuur ziet er op deze foto eerder uit als een oude foto uit Oost-Europa. En zo blijft er toch een beetje romantiek over van een ver verleden.

De acrobaat is trouwens gisteren 81 jaar geworden.

De brommer van mijn vader

dinsdag 2 augustus, 2005

zundappDe brommer van mijn vader is vandaag dan eindelijk verkocht en aan de eerste persoon die kwam kijken. Toch heb ik er meer dan twintig jaar over gedaan om deze beslissing te kunnen nemen.

De Zundapp Super Combinette deluxe werd door mijn vader zelf in 1968 gekocht nadat hij de auto van de hand had gedaan. Zelf hadden ze de auto niet echt meer nodig en bovendien wilde ik er toch nooit in mee. De brommer werd dus het vervoermiddel van mijn vader. Zelf had ik er nooit veel interesse in, ook niet op de leeftijd dat je als jongen toch geacht wordt aan brommers te sleutelen. Maar naarmate ik ouder werd ging ik anders tegen de brommer aankijken. Ik voel een sterke emotionele band met mijn vader, en die brommer hoorde echt bij hem en dus hield ik ervan. En dus zei ik vroeger al regelmatig dat hij de brommer nooit moest verkopen omdat ik hem zelf graag wilde hebben. In mijn gedachten kreeg hij zelfs al een plaatsje ergens in mijn toekomstige huis.

lees verder »

Arme drommel

zondag 31 juli, 2005

‘Moet je die spanjaard toch eens naast zijn fiets zien lopen. Zometeen valt hij nog om!’.
‘De spanjaard?’, vroeg ik, terwijl we samen vanuit het raam van de flat op hem neerkeken. Schuifelend en in slow motion liep een klein oud mannetje gebogen naast zijn fiets, zijn regenjas ongeveer zo lang als hijzelf hoog was. Voetje voor voetje duurde het voor hem zeker 5 minuten om een afstand van 100 meter te overbruggen. Als hij achter de bladeren van een boom verdween bleef ik gespannen kijken of ik hem weer tevoorschijn zag komen.

lees verder »

Cadeautip voor Vaderdag

donderdag 2 juni, 2005

Het duurt nog een twee en een halve week, maar elk jaar is het weer moeilijker een kleinigheidje te vinden voor Vaderdag. Sokken en zakdoeken heeft hij inmiddels genoeg, teveel rumbonen eten is niet goed voor hem, roken en drinken doet hij niet, en hij is pas halverwege de stapels tijdschriften met kruiswoordraadsels die je hem vorig jaar nog gaf.
Maar misschien een bijzondere foto van jezelf geven? Is dat niet al erg lang geleden? Daar zal hij vast blij mee zijn.

Terug naar school?

zaterdag 4 december, 2004

DEN HAAG – Minister Verdonk voor Integratie mag niet alleen allochtonen verplichten tot het volgen van inburgeringscursussen. Om discriminatie te voorkomen, moet deze verplichting gelden voor alle inwoners van Nederland die minder dan acht jaar school hebben gevolgd. (Volkskrant)

Hier zal mijn vader niet blij mee zijn. Met zijn 80 jaar is hij inmiddels bijna uitgeburgerd en blij dat hij de tijd van verplichtingen ver achter zich heeft kunnen laten. Maar als ze te weten komen dat hij nét geen acht jaar onderwijs heeft gevolgd (vroeger moest je na de lagere school vaak meteen al gaan werken) kan hij alsnog terug de schoolbanken in. En wanneer is hij dan volledig ingeburgerd? Als hij de volgende keer met een mp3-spelertje om zijn nek thuiskomt? Of als hij tegen mijn moeder zegt “Vanavond komt een coole western op de buis!”?
Hierin voorzie ik ook de nodige problemen als niet meteen de rest van het gezin ook opnieuw inburgert volgens de laatste waarden en normen. Wat als mijn vader zou zeggen “Vrouw, het eten was vanavond weer érg vet!”. Zou mijn moeder begrijpen wat hij bedoelt? Moet zij dan niet ook mee op cursus?

Hoe iemand zo’n regel kan verzinnen is mij echt een raadsel? “Denk na voordat je iets zegt”, werd mij altijd geleerd door mijn ouders, want anders zou het wel eens stom of niet waar kunnen zijn. Zo’n idee kan toch alleen maar bedacht zijn door iemand die juist te láng buiten de maatschappij gestaan heeft. Zeg langer dan zo’n 20 school- en/of studiejaren. Dat zou dus betekenen dat juist de meeste politici verplicht zouden moeten worden tot het volgen van een inburgeringscursus om weer enig gevoel te krijgen van wat het is om een inwoner te zijn van dit land.

Nou ja, het heeft ook zo zijn voordelen. Nu weet ik eindelijk weer eens een paar leuke kerstcadeautjes voor mijn vader. Een paar leuke schriftjes, gummetje en zo’n grote bagagerugzakdrager voor op de fiets. En om goed in te burgeren kan ik hem nog de dvd-box kopen met alle dvd’s van van Kooten en de Bie. Kan ik die achteraf nog lekker voor mezelf copiëren.

Van vader op zoon

vrijdag 3 december, 2004

Leeuw in een boomMijn vader heeft me vroeger wel eens verteld dat hij dromen had waarin hij achtervolgd werd door een leeuw. Deze dromen begonnen nadat hij zich tijdens de 2e wereldoorlog eens had moeten verschuilen voor de duitsers. Gedurende de rest van zijn leven kwam diezelfde droom met regelmaat terug. In het begin elke week wel een keer, en langzaamaan steeds iets minder. En toen ik hem er onlangs nog eens naar vroeg, vertelde hij me dat de leeuw nu eindelijk uit zijn dromen verdwenen was. “Ik was het zat en heb hem er maar eens flink van langs gegeven”, zei hij met pretoogjes.

Sinds kort zit ik nu opgezadeld met een leeuw in mijn éigen dromen. Hij zit me een tijd achterna, waarna het me uiteindelijk lukt om een boom in te vluchten. In de top van de boom ben ik onbereikbaar voor de leeuw die ergens halverwege op een dikke tak zijn achtervolging staakt en in slaap valt. Hij krijgt me dus weliswaar nooit te pakken maar ik kan ook geen kánt meer op.

Zou het soms dezelfde leeuw zijn?

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen