Een (rooie) duit in het zakje
De PvdA komt in zijn komende verkiezingsprogramma met een voorstel voor een bonus van 500 euro voor werknemers met een laag of middeninkomen. Ze willen op die manier werken financieel aantrekkelijker maken. Maar je zou het ook een goed overwogen kostenpost kunnen noemen om zoveel mogelijk stemmen ‘in te kopen’ voor de verkiezingen in november.
Een veel beter voorstel komt echter van mijn vader, een ervaren PvdA stemmer, namelijk herinvoering van het loonzakje.
Mijn vader is van beroep stratenmaker geweest. Op het einde van elke week kreeg iedereen in het bedrijf een loonzakje met het salaris van die week en met zijn eigen naam erop. Handgeschreven! Elke week beloning voor geleverde diensten, elke week waardering.
‘Instant Reward’ noemt men dit in de psychologie en een van de beste manieren om gedrag te belonen. Het is veel leuker en geeft meer voldoening om waardering voor geleverd werk persoonlijk overhandigd te krijgen, i.p.v. één keer per maand via bank of giro. En dan soms ook nog te laat en moet je via internet kijken of het geld inderdaad gestort is.
Een loonzakje komt ook meer tegemoet aan het idee van een ‘cadeautje’. Wat zou er deze week in het zakje zitten? Mijn vader moest namelijk regelmatig overwerken en dan was het op het einde van de week telkens weer een verrassing wat er door de werkgever ‘extra’ was toegevoegd. En het was ook nog eens ‘plezier voor twee’, want ook mijn moeder vond het altijd weer spannend hoeveel ze kon gaan confisqueren voor de huishoudpot.
Het loonzakje dus. De beste manier om werken aantrekkelijker te maken en nog goed voor de economie ook. Want wat moet je telkens met zoveel contant geld op zak?
Mijn vader en ik lopen door de stad. Ik zal niet ouder zijn dan een jaar of zes want mijn ogen zijn ter hoogte van zijn ellebogen. Als we in de buurt komen van een ijssalon vraag ik hem of ik een ijsje mag hebben. Ik zie hem even met zijn tong langs zijn lippen gaan terwijl hij zijn rechter elleboog naar achteren strekt zodat hij zijn portmonnee uit zijn broekzak kan halen. Het flapje van de portemonnee gaat open en ik zie hem met zijn kleine oogjes grabbelen tussen het muntgeld. Het verlangen naar een ijsje maakt plotseling plaats voor verdriet en schuld en ik zeg tegen hem…


Mijn vader heeft me vroeger wel eens verteld dat hij dromen had waarin hij achtervolgd werd door een leeuw. Deze dromen begonnen nadat hij zich tijdens de 2e wereldoorlog eens had moeten verschuilen voor de duitsers. Gedurende de rest van zijn leven kwam diezelfde droom met regelmaat terug. In het begin elke week wel een keer, en langzaamaan steeds iets minder. En toen ik hem er onlangs nog eens naar vroeg, vertelde hij me dat de leeuw nu eindelijk uit zijn dromen verdwenen was. “Ik was het zat en heb hem er maar eens flink van langs gegeven”, zei hij met pretoogjes.








