Ouders

Zondagsgeld

zondag 7 november, 2004

Onlangs kwam het even ter sprake toen ik op bezoek was bij mijn ouders: zondagsgeld. Althans, zo heette dat toen. Tegenwoordig heet het zakgeld. En hoewel ze het wel eens tegen mij hebben gezegd was ik het allang weer vergeten. Mijn ouders geven elkaar namelijk nog elke zondag een klein zakcentje.

Elke zondag geven ze elkaar 5 euro. En dan niet uit de huishoudpot of via automatische overboeking, maar gewoon van hand tot hand. “Alsjeblief, hier heb je je 5 euro zondagsgeld.” “Dankjewel, en hier zijn jouw 5 euro. Veel plezier ermee.”

Je vraagt je af waarom ze het geld niet beter meteen in eigen portemonnee houden, maar dat willen ze niet. Ze vinden het leuk op deze manier en zo doen ze het al vanaf de dag dat ze getrouwd zijn, nu zo’n 43 jaar geleden als ik me niet vergis. Ze geven elkaar die 5 euro opdat de ander ermee doet wat hij wil zonder daar rekenschap over te hoeven afleggen. Dat geld gaat ook niet naar de bank maar ieder heeft daar zijn eigen potje voor. Zo betalen ze daar de koffie en ijsjes van als ze een dagje gaan fietsen, heeft mijn vader daar in de loop der jaren al zijn gereedschappen en materialen van betaald, en koopt mijn moeder zich daar eens een tijdschriftje voor of iets voor haar naaikamer. Geweldig toch?

Ik kan er soms jaloers op zijn, op mijn ouders. Ze hebben het nog steeds elke dag verschrikkelijk naar hun zin met elkaar. Ze hebben meer van zulke gewoontes als met dat zondagsgeld, ze raken nooit uitgepraat met elkaar en elke dag wordt er nog veel gelachen. Ik weet dat er ouders zijn waar kinderen vooral géén voorbeeld aan zouden moeten nemen, maar goede voorbeelden hebben kan dus ook lastig zijn! Want hoe evenaar je zoiets?

Huisartsenpost

zondag 26 september, 2004

Vandaag, tijdens mijn bezoek aan mijn ouders, ben ik even met mijn vader naar de huisartsenpost geweest omdat hij behoorlijk last had van een ontstoken oog. Mijn moeder en ik vonden het een dermate zielig gezicht, dat we bij hem aandrongen er even een arts naar te laten kijken. Hij zat duidelijk te wachten op dit voorzetje van ons, en het duurde dan ook niet lang voordat hij zei “Nou, dan bel hem maar even.”

lees verder »

Baas boven baas

woensdag 7 juli, 2004

Al eerder schreef ik een keer dat vaders het meestal van je winnen als het om bepaalde prestaties gaat, en ook nu was hij me weer de baas.

Ik was laatst met mijn vader zo’n beetje aan het praten over wat je zoal in je vrije tijd kunt doen en wat dan ook nog eens lichamelijk goed voor je is. Fietsen en wandelen bijvoorbeeld. Een en ander kwam voort uit het feit dat ik in mijn huidige werk te weinig beweging krijg en ik dit dus ergens anders moet zoeken. De trouwe lezer (LOL) is het waarschijnlijk al opgevallen dat ik nog niet zo lang geleden een fiets heb gekocht waarmee ik nu dus zo vaak als mogelijk is naar mijn werk fiets. Daarnaast probeer ik ook zoveel mogelijk te voet te doen, wat ook nog eens het voordeel heeft dat je meer meepikt van de dag en je omgeving.

Ik vertelde mijn vader dus dat ik nu elke dag 17 km heen en 17 km terug fietste en dat ik laatst met een vriendin nog een wandelingetje maakte van toch zeker een paar kilometer (duurde ongeveer anderhalf uur), en dat we daarna nóg niet moe waren en er nog een volgende route aan vastplakten van nóg eens die afstand. En daarna hoefde ik niet eens zolang op de bank te zitten om me weer fit genoeg te voelen om chinees te gaan halen.

Nou, vroeger (ik voelde hem al aankomen) gebeurde het wel eens dat mijn vader mijn moeder ‘s nachts om half twee ophaalde (ze hadden toen nog niet zo lang verkering) en dat ze dan vervolgens van Sittard naar Roermond liepen om daar op tijd aan te komen voor de ochtendmis van 7 uur. Toch zo’n 22 kilometer. Een soort minibedevaart was dat. Na afloop van de mis gingen ze tegenover de kerk even iets eten in een cafeetje dat ingericht was op deze bedevaarders en vertrokken daarna weer voor de weg terug. Ook weer te voet. Met de trein was makkelijker geweest maar dat kwam toen niet in hun op.

Daar zit je dan met je goeie gedrag. En om het nog wat aan te dikken vertelde hij dat hij na afloop mijn moeder thuisbracht en vervolgens doorliep naar vrienden waarmee hij afgesproken had… om een stukje te gaan wandelen!

Dat geloof je toch niet!? Ik vertel die man nooit meer wat, dat is in elk geval zeker!

Schreeuwen

dinsdag 6 juli, 2004

In de late namiddag fietste ik naar huis van mijn werk. Het was mooi weer en de zon scheen de hele tijd in mijn gezicht. Zo zat ik dus min of meer half slapend op mijn fiets terwijl mijn benen hun werk deden.

Terwijl ik zo door een dorpje heen fietste schrok ik opeens wakker van een wild schreeuwende vrouw. Toen ik haar zag had ik mijn oordeel al snel klaar. Ze reageerde namelijk op een grote witte bestelbus die achteruit de weg op wilde draaien en niet op haar leek te letten. Ze was er echter nog een stuk van verwijderd, dus ik vond haar reactie lichtelijk overdreven. Weer zo’n asociale huistrut die elk moment aangrijpt om eens lekker d’r bek te kunnen opentrekken. Heeft ze ‘s avonds weer wat te vertellen tegen haar man en de buren. “Wat mij nou weer niet is overkomen! Moet je luisteren…” En vloeken dat ze deed!

Een fractie later zag ik echter de werkelijke reden van haar opwinding. Haar dochtertje fietste namelijk nog een stukje voor haar uit, op een heel klein fietsje en met witte kleertjes aan. Door het wit van haar kleren tegen het wit van de bestelbus was ze me nog niet eerder opgevallen. En meteen kon ik ook meevoelen met de razernij van de moeder en begreep ik ook waarom ze deed zoals ze het deed, waarschijnlijk zelfs zonder bij na te denken. Als ze niet zo luid gebruld had had de chauffeur van die bestelbus haar nooit gehoord en dus niet gestopt. Dus brul maar raak vrouw! Brul de volgende keer nog maar harder als je dat wilt. Je hebt er alle recht toe. Het gaat tenslotte om het leven van je kind!

Hierna begon ik me af te vragen wanneer ik zelf voor het laatst heb gebruld. Brullen als een leeuw dan, en niet brullen als in huilen, huilen als een kind. Wanneer heb ik voor het laatst zo vol passie of razernij mijn stem verheft, was ik zo begaan met iets, dat het leek alsof het mijn eigen stem niet meer was? Ik kan het me niet meer herinneren, en ik betwijfel of ik het eigenlijk ooit wel eens heb gedaan. Misschien moet je daar inderdaad een binding voor hebben van vlees en bloed en de angst dat er daarvan iets verloren dreigt te gaan als je niet snel iets doet. En dat iets bij die vrouw was dus schreeuwen zo hard je kunt.

Ik vraag me zelfs af of ik zo zou schreeuwen als het om mijn éigen leven ging.

Uitzieken

maandag 2 februari, 2004

Onlangs ben ik sinds lange tijd weer eens een weekje thuis geweest. Een soort griepje (van het menselijke soort) wat maar niet goed wilde doorzetten. Echt griep was het ook niet, dat heb ik volgens mij voor het laatst gehad toen ik nog op de middelbare school zat. Het kostte me dan ook best wat moeite om toch maar eens thuis te blijven om ‘uit te zieken’, of weer een beetje op krachten te komen. En eigenlijk mocht dat ook wel vond ik, want de afgelopen drie jaar had ik me pas één dag ziekgemeld. Dit vertelde ik dus onlangs ook tegen mijn vader, maar ik had beter moeten weten. Want van vaders win je het toch nooit.

Het grootste deel van zijn maatschappelijke leven is hij stratenmaker geweest. In het begin 6 dagen en later 5 dagen per week werken. ‘s Morgens om zes uur op en ‘s avonds na vijven pas weer thuis. In weer en wind. En in die 25 jaar was hij nog nooit ook maar één dag thuisgebleven!
Toen het echter toch een keer gebeurde, zijn kaak was opgezwollen vanwege een ontsteking, liet hij op een vrijdagmiddag de controlerend arts langskomen. Deze was eerst gepikeerd dat hij de gegevens over mijn vader niet kon vinden in zijn paparassen, maar dat kon natuurlijk kloppen want mijn vader was nog nooit ziek geweest. Toen hij dit hoorde sloeg hij echter om en werd erg vriendelijk. Hij vertelde mijn vader dat hij maar eens rustig de tijd moest nemen om weer te herstellen en dan maandag(!) pas weer gaan werken.

Dat waren nog eens andere tijden.

Kersentijd

zondag 12 oktober, 2003

kersen.jpgDit is iets waar mijn moeder laatst mee aan kwam zetten. “Dat had je toch zo mooi geschreven”. Het was een briefje dat ik eens gemaakt had aan mijn vader, ergens in de eerste helft van de middelbare school. Atlhans dat denkt mijn moeder, ik weet het zelf niet meer zo goed. In elk geval gaat het over mijn gevoelens naar mijn vader. Dat ik mijn hele leven al bang ben dat hij dood zal gaan. Dat ik het nauwe warme contact met hem mistte van vroeger, als kind. Dat ik misschien wel al volwassen was, maar niet zo onafhankelijk als ik misschien wel zou willen zijn. Dat ik soms meer gevoel ben dan ik aankan.

Ik heb het briefje letterlijk overgetypt, dus het komt soms misschien een beetje raar over. Maar echt goed in taal ben ik nooit geweest.

lees verder »

Moeders

zaterdag 10 mei, 2003

Thuisgekomen van een bezoekje aan mijn ouders pak ik mijn rugzak uit. Zoals altijd, al sinds ik uit huis ging, geeft ze me bij vertrek nog het een en ander aan nuttigs of lekkers mee. Vroeger wilde ik nog wel eens weigeren, maar ik heb geleerd dat moeders erg volhardend kunnen zijn. Op een gegeven moment heb ik me er dus maar bij neergelegd, en zo komt het dat ik nu weer het volgende rijker ben geworden: 3 gastendoekjes voor op de wc, een blikje tonijn, een pak Douwe Egbert koffie, een potje luxe jam, twee reepjes choco-a-cake en een rol San Francisco koekjes van Verkade, en een wit papieren zakje met chocolaatjes.
Opeens spijt hebbend dat ik alles zo snel en argeloos in mijn tas propte, maak ik mijn hand zo smal mogelijk en pak er met twee vingers eentje uit. De afbeelding op het platte chocolaatje komt me bekend voor, en het voelt opeens alsof ik het niet zelf pakte maar aangeboden kreeg. Het is mijn oma die me het zakje voorhoudt en me met liefdevolle en tegelijk smekende ogen vraagt er alsjeblieft eentje te nemen.

Ik voel ook opeens verdriet. Want ik zou willen dat mijn moeder dit zakje zou voorhouden aan het kind dat ik niet heb. Alsof ik nu iets krijg dat eigenlijk voor iemand anders bedoeld is en wat ik dan ook het liefst zou willen doorgeven.

Maar ze zijn érg lekker. Ik moet oppassen dat ik ze vanavond niet al allemaal opeet.

ChocolaatjesChocolaatjes

Speen

zaterdag 8 februari, 2003

Voor vrienden van me en alle andere jonge gezinnen die het af en toe wel eens zat worden.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen