Mensen houden het liefst van altijd en alles hetzelfde. Ik ook, ergens. Daarom duurt het bij mij ook lang voor er dingen veranderen. Hoe dieper het verlangen naar hetzelfde, hoe langer het duurt. Zo heb ik mijn levenlang het liefst aan de kant gestaan, of achteraan, of liever maar helemaal thuis. Naar buiten, naar voren, dan wist ik het al gauw niet meer. Daar moest ik even aan denken toen ik vandaag ik in de binnenstad van Tilburg stond met een stapeltje flyers in mijn hand. Hallo mevrouw, hallo meneer. Alstublieft mevrouw, alstublieft meneer. En als er nu maar niemand een discussie met me aangaat. Totdat dat gebeurde en ik – uiteraard – prima in staat bleek duidelijk te maken waarom ik zelf op de Partij voor de Dieren ga stemmen. En waarom ook niet? Ik was bang van niet, omdat dat het vertrouwde beeld was, herkenning, verwachting, self fulfilling prophecy. Maar het kan altijd anders. Ook in de politiek.
En daar sta je dan, temidden van winkelend publiek. En toen ging ik toch weer even twijfelen, want ook dat is zo’n vertrouwd beeld: die geplastificeerde blik in de ogen van veel mensen, die houding van ‘je doet me toch niks’. Amper een hand vrij om überhaupt een flyertje aan te kunnen nemen. Te druk met bellen, ijsje likken, kroketje happen. Opmerkingen die ik een paar jaar geleden echter wel nog regelmatig te horen kreeg bleven nu achterwege, zoals ‘Het moet niet gekker worre’ of ‘Weg met de dieren!’. Dat heeft de partij dan toch maar vast bereikt. Maar voor de rest? Ik moet bekennen dat ik tijdens die paar uur weleens moest denken aan het woord ‘hersenbeschadiging’. Ik weet het, dat mag ik niet doen ten aanzien van mijn medemens. Ik schaam me dan ook diep ;), maar soms weet ik niet hoe ik veel gedrag anders zou kunnen verklaren.