De rode draad

zondag 18 juli, 2010

Je leven als draadje. Een rood draadje. Is dat zo? Is er in ieders leven een rode draad te ontdekken? Ik vraag het me af en zou anders willen dat ik mijn eigen rode draad kende. Ik voel me nog steeds vaak een zwerver in een wereld van ideeën en beelden. Kijk ik op mijn computer in de verschillende mappen, alleen al in de map fotografie bijvoorbeeld, kom ik nog allerlei materiaal tegen waarvan ik niet weet wat ik ermee moet. Beelden waar ik iets mee heb, die ik maakte met een gevoel van passie en verbondenheid. In wanhopige afwachting van het ontdekken van een rode draad doorheen het geheel, geef ik ze maar zolang een plek op mijn computer. In het kader van het bestandssysteem van een computer betekent dat dat ik ze in aparte mapjes ga stoppen, net zoals ik dat doe met de foto’s op mijn website. Ik verdeel ze, onderverdeel ze, en maak het zodoende voor mezelf juist weer moeilijker de verbindende factor te ontdekken. Hoopjes los zand.

Vrijdag kwam het nog even ter sprake. Ik was bij Marinet Haitsma op bezoek voor het maken van wat foto’s. Zij zoekt op haar manier ook naar een rode draad in haar schrijven. ‘De vorm’ noemt ze het zelf, of de stijl. Dat is niet helemaal hetzelfde als design, zoals je stijl of vorm zou noemen bij meubels of kleding. Dan gaat het vaak alleen maar om bepaalde uiterlijke kenmerken. Bij schrijven zijn stijl en inhoud nooit los van elkaar te zien. Wat dat betreft is schrijven inderdaad een echte kunstvorm. De ene schrijver gebruikt een dik penseel en gooit met woorden als klodders verf. Een ander gebruikt juist een dun penseel voor uiterst zorgvuldig gekozen woorden met daartussen veel ruimte voor leegte. Misschien is het inderdaad zo dat de rode draad niet meer is dan jouw eigen vorm, jouw eigen woorden, jouw eigen beelden. Meer de eigen taal, en minder het verhaal. Dat verhaal, daar kun je toch weinig over zeggen. Of zoals men vaak zegt: ‘Het loopt toch altijd weer anders dan je had gedacht’. Maar je eigen taal, dat is wel belangrijk. Misschien kun je dan niet je eigen verhaal vormgeven, je kunt wel uitdrukken wat dat verhaal met je doet. We zijn acteurs, geen regisseurs.

En feesten zullen we…

dinsdag 13 juli, 2010

Nederland heeft de finale dan toch nog gewonnen. Wat feesten betreft dan. Toen de echte finale verloren werd van Spanje leek de pret even voorbij te zijn, maar de media, de commercie en de fans hebben zich snel weten te herstellen. The party must go on!

Um Himmels Willen. Ontneem de Nederlander alsjeblieft niet zijn feesten en zijn barbecues. Wat moet dat arme volk anders? Die grachtentocht. Oh nee, die gaat toch nog wel door hè? Zeg me dat de grachtentocht doorgaat! Alsjeblieft! Hij móet doorgaan, ik heb me er zo op verheugd!

Een verslaving is het. Aan de euforie. ‘Een eufoor is iemand die voortdurend op zoek is naar gevoelens van euforie’. Het lijkt me niet misstaan in een boekje met de titel Welvaartsziekten, 1980-heden.

De beste boeken

donderdag 15 april, 2010

Op iedere tafel, in elke kast of lade, in elk uithoekje van mijn hersenen en in het digitale doolhof van mijn computer zweven ideeën of schetsen rond. Van wat zou kunnen, wat mooi zou wezen, wat ik zeker nog eens moet doen. In de tussentijd zit ik zeker niet stil. Ik doe dingen en ik zeg dingen. En andere dingen doe ik niet. En altijd denk ik dat de dingen die ik niet doe of nalaat juist de dingen zijn die ik zou moeten doen. Net als met een aantal boeken die ik nog in de kast heb staan en waar ik steeds maar van denk dat dit misschien wel de beste boeken zijn die ik ooit zal hebben gelezen. Als ik ze lees.

Het klinkt als ‘het gras is altijd groener’, maar dat is niet wat ik bedoel. Eerder dat het niet gedane of het niet gezegde meer over jezelf vertelt dan al het andere. En uiteraard ken ik de uitspraak dat je bent wat je doet. In zeker zin is dit ook zo. Het is het enige dat er van je terecht komt in de wereld en waar anderen je voor zullen herinneren. En toch is er ook dat andere, dat wat je nauwelijks kunt benoemen en nog moeilijker kunt uitdrukken maar misschien nog wel het meest wezenlijke deel van je is. En dat je maar al te graag tot uitdrukking zou willen brengen zodat je het kunt delen met anderen. Maar het lukt maar niet en dus doe je heel veel. Van dat andere.

De tunnel en het licht

dinsdag 13 april, 2010

ik heb een theorie ontwikkeld over bijna-doodervaringen en dat lichtje aan het einde van de tunnel. Ik ben dan wel geen afgestudeerd wetenschapper, het zoeken naar verklaringen is iets dat eigen is aan de mens. En daarom haalde ik mijn eigen verklaring uit het observeren van Mickey, mijn helaas veel te vroeg overleden kat.

Als ik de tv aan had staan lag hij meestal te slapen. Op de bank, op het kleedje of op de vensterbank. Maar zodra ik de tv uitzette sprong hij overeind en ging pal voor de tv zitten. Blijkbaar zijn de ogen van een kat in staat om statische electriciteit waar te nemen, want hij staarde dan geïnteresseerd naar het beeldscherm en raakte deze voorzichtig aan met zijn poot of neus. Dan volgde licht geknetter en trok hij zijn pootje terug (of zijn neus) en probeerde het even later opnieuw. Totdat natuurlijk de staticiteit opgeheven werd door zijn eigen toedoen en het geknetter afgelopen was.

Mijn theorie: Op het moment dat de hersenactiviteit stopt (de tv die uitgeschakeld wordt), valt de spanning opeens weg uit de zenuwbanen, en zo ook uit de optische zenuwen in het oog. De pupillen verwijderen zich tot het maximum, en de laatste electrische oppervlakteontlading in het oog die dan plaatsvindt wordt doorgegeven aan de hersenen (de occipitaalkwab, als ik het me goed kan herinneren). De ogen registreren een felle ontlading (het witte licht), en de hersenen krijgen een laatste opdoffer van electrische spanning en vertalen dit in een intense gewaarwording/ervaring: het felle witte licht aan het einde van de tunnel.

Ik heb ook nog een paar andere verklaringen, onder andere over de aard en het ontstaan van de oerknal en over hoe een apparaat zou kunnen werken dat geen last heeft van de zwaartekracht. Maar dat is voor later. Ik ga nu niet al mijn kruit in een keer verschieten.

Horizonverschuiving

dinsdag 9 februari, 2010

De laatste tijd heb ik nogal last van horizonverschuiving. Je kent het wel als je gevoel zegt dat dat schilderijtje aan de muur scheef hangt, terwijl het in werkelijkheid (waterpas gebruiken) volkomen horizontaal hangt. In mijn geval begon het met het gevoel dat mijn beeldscherm aan de linkerkant altijd iets lager staat dan aan de rechterkant. Beeld een beetje kantelen helpt niet veel, tenzij ik flink overdrijf natuurlijk. Aan mijn bril kan het ook niet liggen. Die staat wel eens scheef op mijn neus, maar even een beetje douwen en buigen en hij staat weer min of meer recht, maar niet het beeldscherm. En foto’s die ik maak waarbij duidelijke horizontale lijnen aanwezig zijn moet ik bijna altijd op de computer corrigeren, en altijd moet ik daarbij het beeld iets naar rechts kantelen.

Op dit moment heb ik twee theorieën die dit zouden kunnen verklaren. De eerste is dat er helemaal niks mis is met mij, maar dat ik zo gevoelig ben dat ik de verschuiving van de polen van de aarde kan waarnemen. Nog vrij minimaal momenteel, maar ik zal via deze website een waarschuwing doen uitgaan als ik mijn beeldscherm 90 graden moet gaan kantelen om de tekst nog te kunnen lezen. De tweede verklaring die ik heb bedacht heeft te maken met een dominantie van mijn linkerhersenhelft. Deze heeft betrekking op het analytische, rationele. terwijl de rechterhersenhelft meer verantwoordelijk is voor een ruimtelijke en een meer creatieve manier van denken. Beide hersenhelften geven vorm aan een bepaalde persoonlijkheidstypering en ik zou mezelf dan te veel laten leiden door mijn linkerhersenhelft. Maar ik ben toch best wel creatief? Dus hoe zit het nu?

Op de website 123test staat een ‘breintest’. Hier kun je middels een vragenlijst achterhalen of je iemand bent die voornamelijk zijn rechter- of zijn linkerhersenhelft gebruikt. Erg handig. Alleen heb ik inmiddels een soort allergie ontwikkeld tegen vragenlijsten en hebben deze een verlammend effect op mijn beide hersenhelften. Al na tien seconden begin ik te staren en denk of zie ik niks meer. Dan begint het me een beetje te duizelen en moet ik me losrukken van het beeldscherm en een stukje gaan lopen door de flat. Waarmee ook meteen mijn vraag beantwoord is. De laatste paar maanden heb ik veel te veel nutteloze vragenlijsten in moeten vullen. ‘Hoe zou u uzelf…´, ‘Bedenk drie mogelijke…’, ‘Geef op een schaal van 1 tot 10…’, ‘Eens, oneens of weet niet’. Hou op!

Voor mij even geen vragenlijsten meer.

Hetzelfde, maar dan anders

donderdag 4 februari, 2010

Toch opvallend dat in een tijd dat mensen steeds individualistischer worden en dat vooral ook van zichzelf vinden en daar heel erg trots op zijn, het geheel van ‘social networking’ steeds groter en diverser wordt. Hyves, Facebook, LinkedIn, Twitter etc. Iedereen wil erbij horen, gevonden worden, connected zijn met de rest. Het zoontje van vriend H. verwoordde het ook ongeveer zo nadat hij zich was gaan oriënteren op een vervolgopleiding. De leerlingen op die school onderscheidden zich door anders te willen zijn en er anders uit te willen zien dan alle anderen en dat is een voorwaarde als je erbij wilt horen en dat is cool. En ze hadden er trouwens ook echt vette computers, heel wat anders dan die trage zooi thuis. Dat waren de twee dingen die hem het meest waren opgevallen toen ik vroeg of het hem een leuke en interessante school leek. Eigenlijk is er wat dat betreft dus niet zo heel erg veel veranderd. En met mij ook niet. Ik wil er nog steeds graag bijhoren, maar het lukt me maar niet.

Fietsendief gezocht

dinsdag 2 februari, 2010

Daar zat ik op een gegeven moment toch echt aan te denken, alleen ken ik persoonlijk geen fietsendieven. Het had me een hoop werk kunnen schelen.

Bij het winkelcentrum waar ik altijd mijn boodschappen doe had ik mijn fiets zoals gewoonlijk vastgezet met twee sloten. Het gewone beugelslot en verder nog met een kabel aan het fietsenrek. Extra zekerheid kan geen kwaad, alleen heel vervelend als dan de sleutel van het kabelslot afbreekt en je de fiets niet even mee naar huis kunt nemen om daar het slot te verwijderen. Ik ben naar huis gelopen, wat gereedschap bij me gestoken en geprobeerd daarmee het slot open te krijgen. Flink zitten hameren, schroevendraaier in het slot geslagen, kabel proberen door te knippen. Het hielp allemaal niks. De fietsenmaker om de hoek mocht of kon mij niet verder helpen en adviseerde mij de politie te bellen. Ook die kon of mocht (of wilde) niks doen. Erg vervelend, want laat je goede fiets een nachtje bij een winkelcentrum staan en hij is óf door iemand meegenomen met wel het juiste gereedschap óf hopeloos vernield. Ik heb daarom nog maar een half uurtje extra zitten hameren en peuteren maar kon het slot met geen mogelijkheid open krijgen.

Uiteindelijk, na twee keer een half uur zitten klooien met hamer, schroevendraaier en diverse tangen, bleek de oplossing redelijk simpel: de ijzerzaag. Een kwartier duurde het om het kabelslot door te zagen. En tot een paar minuten voor het einde kon ik ongestoord mijn gang gaan zonder dat ook maar iemand een opmerking had gemaakt over mijn overduidelijke pogingen een fiets mee te nemen uit de stalling. ‘Lukt het een beetje?’ vroeg uiteindelijk een voorbijganger, en ik complimenteerde hem met die vraag. Eindelijk iemand die de vraag durfde te stellen, en eindelijk iemand die ik mijn setje sleutels mocht laten zien. De half afgebroken sleutel van het kabelslot en die andere die het beugelslot meteen open deed springen en daarmee mijn onschuld aantoonde. Want ondanks dat ik redelijk rustig en lakoniek bezig was het slot te vernielen, bleef ik toch de hele tijd denken: ‘Ik ben onschuldig, ik ben onschuldig en ik kan het bewijzen ook!’. Het is net zoiets als met dat elektronische poortje bij winkels. Je weet dat je niks te vrezen hebt omdat je niks gedaan hebt, toch ben je bang dat dat stomme ding zal gaan loeien en je terug moet om de inhoud van je tas te laten zien.

In omgekeerde volgorde

woensdag 20 januari, 2010

Dromen zijn toch iets moois. Je hebt er absoluut niks over te zeggen en toch kunnen ze voor een groot deel je leven bepalen. Soms als inspiratiebron voor fantasieën die overdag kunnen leiden tot een mooi kunstwerk, en soms kunnen ze een kwelling zijn voor de rest van je leven. Maar meestal loopt het zo’n vaart niet en moet je er alleen maar even om lachen of concluderen dat dromen toch maar rare dingen zijn (‘Vannacht heb ik toch weer iets stoms gedroomd!’).

Iets kun je trouwens toch wel bepalen wat betreft de inhoud van dromen. Ik las iets over onderzoekers die proefpersonen aan het begin van hun remslaap (het deel van de slaap waarin je droomt) een geluid lieten horen en ze vervolgens vijf minuten later wakker maakten en vroegen wat ze gedroomd hadden. Het laten horen van een belletje maakte dat mensen over hun droom begonnen te vertellen waarin vanalles gebeurde, maar pas op het allerlaatst, het moment dat ze wakker gemaakt werden, droomden ze dat ze bijvoorbeeld een dienblad met glazen lieten vallen. De hersenen hadden de impuls van buitenaf (het geluid) dus netjes verwerkt in de droom.

Het enige wat ik hieraan niet begrijp is waarom het belletje van het begin aan het einde zit van de droom. De hersenen kunnen namelijk niet van tevoren weten wanneer hun eigenaar gewekt zal worden en hebben dus niet de tijd om rustig even een scenario te schrijven voor het belletje. Het lijkt bijna alsof het rinkelen van het belletje aanleiding is voor de hersenen om in omgekeerde volgorde een min of meer causaal verhaal aan elkaar te breien. Er onstaan kringen in het water, dus laten we er maar een steentje ingooien en er vervolgens eentje oppakken en daarna naar de vijver toelopen.

Het zou kunnen dat (mijn eigen filosofietje) de hersenen op het moment van wakker worden dat hele verhaal even razendsnel omdraaien zodat het voor onze ‘waakhersenen’ overkomt als een min of meer rechtlijnig en chronologisch geheel dat we nog redelijk kunnen volgen. En dat zou betekenen dat we overdag het idee hebben naar voren te bewegen in de tijd, terwijl we ‘s nachts als een gek achteruit aan het hollen zijn. En dat zou vervolgens weer kunnen betekenen dat als Balkenende overdag beweert een man te zijn ‘van grote stappen’, hij in een bepaald gebied van zijn hersenen heel hard achteruit aan het gaan is. En dan begrijp ik opeens toch allemaal hoe het zit en werkt. Je moet alleen even een goed voorbeeld weten te vinden uit de praktijk die het even inzichtelijk voor je maakt.

klikken voor groter plaatje of extra pagina Mensen minder intelligent dan gedacht

zondag 17 januari, 2010

GRONINGEN – Apen zijn wel intelligent, maar lang niet zo slim als sommige mensen denken. Hun sociale gedrag wordt flink overschat. Een computermodel toont aan dat er nauwelijks een rationele gedachtegang ten grondslag ligt aan de handelwijze van apen. (bron: Volkskrant)

Apen (Beekse Bergen)Theoretisch biologe Charlotte Hemelrijk van de Rijksuniversiteit Groningen heeft het allemaal onderzocht en zich vooral gericht op het vlooigedrag van apen. Het komt er volgens haar op neer dat apen vanzelf de dichtsbijzijnde soortgenoot vlooien als ze bang zijn om in een gevecht te verliezen en dat dit niets te maken heeft met rationeel gedrag. ‘Apen vlooien elkaar omdat ze nu eenmaal andere apen willen vlooien’. Het door de onderzoeksgroep ontwikkelde computermodel willen ze nu gebruiken om ‘inzicht’ te krijgen in het groepsgedrag van andere dieren, bijvoorbeeld het zwermen van spreeuwen.

Op de een of andere manier gaan bij mij bij het lezen over dit soort onderzoeken altijd de nekharen overeind staan. Het onderzoek zelf zal best wel deugen, wetenschappelijk en statistisch gezien, maar verder? Als dit computermodel ter vergelijking even op mensen toegepast zou worden zou blijken – wat we al lang wisten – dat mensen niet zo intelligent zijn als ze zelf denken. Iemand die problemen heeft op zijn werk maar bang is om het conflict aan te gaan zal vanzelf de dichtsbijzijnde huisgenoot bij thuiskomst uitschelden of een klap willen verkopen. Zelfs bij doodgewone verveling, bijvoorbeeld bij een bushalte, zullen mensen de dichtsbijzijnde persoon proberen aan te spreken voor een onderonsje. Daar zit geen enkele rationele overweging achter, mensen willen nu eenmaal communiceren. Vlooien of kletsen, ik zie het verschil niet zo.

Bugfree

zondag 17 januari, 2010

BONN/MÜNCHEN – Computergebruikers moeten niet meer met Internet Explorer het internet opgaan voordat Microsoft een nieuw ontdekt kritiek lek in de beveiliging heeft gesloten. Dit hebben de Duitse autoriteiten vrijdag aanbevolen. (bron: Volkskrant)

Voor mij zou het wel handig zijn als iedereen zou stoppen met het gebruik van deze browser. Hoef ik niet meer zoveel te corrigeren als ik weer eens een website aan het maken ben en tegen weergavefouten van Internet Explorer aanloop. Aan de andere kant, software is ook maar mensenwerk en dus nooit honderd procent perfect en veilig. Een huis is misschien aan de buitenkant wel 100% tochtvrij te maken, je zult toch af en toe naar buiten willen. En altijd en overal ‘gaan er wel eens din­gen fout waar niemand iets aan kan doen, maar dat accepteren we niet meer’. Dat laatste was het onderwerp van een krantenartikel over het zeurgedrag van de Nederlander, met name wanneer de omstandigheden opeens verslechteren zoals onlangs door het ‘extreme’ winterweer. Wat zijn we als Nederlander in een paar honderd jaar dan toch flink afgedreven van die kade waar ooit houten schepen aangemeerd lagen om levensgevaarlijke tochten te gaan ondernemen naar de andere kant van de wereld. Toen was je voorbereid op een paar natte voeten, nu klaagt men meteen steen en been en doet een brief op de post met een schadeclaim voor de verzekeraar. Alles moet ingedekt zijn, alles voorspelbaar. Er mag niks onverwachts gebeuren en niets dat je humeur of leefomstandigheden negatief beïnvloedt. We willen kortom een leven dat volledig ‘bugfree’ is.

Volgens Wikipedia is een bug’ een fout in een computerprogramma of een website, waardoor het zijn functie niet (geheel) volgens specificaties vervult. Praktisch alle programma’s van enige omvang bevatten bugs, maar de meeste worden niet als storend ervaren of treden alleen onder zeldzame omstandigheden op.’ Het leven zelf is een ‘programma’ van ongekende omvang en complexiteit en daar horen evenzovele en soms vervelende bugs bij. Zelfs al denk je dat het leven perfect is wanneer je lekker in het gras zit, een lekker windje en de warmte van de zon in je gezicht, zal er altijd wel een mier of een vliegje zijn die je even komt pesten. De oplossing natuurlijk is om dit soort dingen gewoon te accepteren, ze te laten zijn wat ze zijn en zonder er al te zwaar over te oordelen. Dat is niet altijd even makkelijk en is iets dat je echt moet leren. Daar weet ik zelf alles van, want op zijn tijd kan ik nog ontzettend zeuren, met name over mensen die de hele tijd maar zitten te zeuren. Totdat ik in de spiegel kijk en de zeurpiet aankijk die ik op dat moment even ben. Dan veeg ik de spreekwoordelijke mier van mijn broek en terug in het gras, sta op en loop door naar een plekje met hopelijk minder mieren en met iets minder bugs in mijn eigen hoofd, maar bugfree zal die nooit worden.

?>
AWSOM Powered