Sport

Fortuna Sittard

maandag 18 april, 2011

De jeugd van Fortuna Sittard (foto: Ivo Konings)Het gaat slecht met het betaald voetbal in Nederland. De ene na de andere club moet geld lenen bij de eigen gemeente of verkoopt zichzelf aan een rijke buitenlander. Sinds kort gaat het zelfs met een club als PSV financieel slecht. Halen ze dit jaar de Champions League niet, dan gaat het zelfs héél slecht met ze. Een van de redenen voor deze crisis zijn natuurlijk de absurd hoge bedragen die de spelers krijgen voor hun potje voetbal. En de overmoed van het hele bestuur als het eens een keer een jaartje boven verwachting goed gaat met de club. Zo speelde Fortuna Sittard ooit een prima partijtje voetbal en promoveerde van de Eerste naar de Eredivisie. Hoe die divisies nu heten weet ik niet, ik volg het niet meer zo. Misschien wel de Gamma-klasse of de Snickers League. In elk geval was dat jaar voor Fortuna Sittard een geweldig jaar en was het huis te klein voor al die vreugde. Er moest en zou daarom een nieuw en groter stadion moeten komen dat, net als bij die andere topclubs, buiten de stad zou moeten liggen waar er meer ruimte is voor de grote stromen toeschouwers die nu zeker zouden komen. Dat stadion werd gebouwd en een aantal jaren later degradeerde Fortuna Sittard weer naar de Eerste Divisie. De jaren daarna ging het alleen maar slechter, was de club een aantal malen bijna failliet en staat de club dit jaar bijna onderaan. Waren ze maar gewoon blijven zitten in dat knusse stadion in de Sittardse wijk De Baandert. Ik heb daar zelf ook nog gevoetbald. Jaja, dat weet niemand, maar ik heb er ooit één wedstrijd gespeeld. Ik was zeven jaar oud en de pupillen van FSC (Fortuna Sittardia Combinatie) waar ik toen deel van uitmaakte moesten een wedstrijd spelen tegen de pupillen van een andere club. Het bestuur leek het toen wel aardig om die wedstrijd te laten spelen voorafgaand aan de wedstrijd van de grote mannen van het eerste elftal. Een soort voorprogramma. Op een zondagmiddag renden we met z’n allen het veld op voor een wedstrijd van twee keer twintig minuten. Langer dan dat hadden we echt niet gered. Het overgrote deel van onze opgebouwde conditie ging op aan het telkens weer overbruggen van dat immens grote veld. En wat was die goal opeens groot! Maakt niet uit waar je de bal raakte, het doel was zo groot en het keepertje zo klein dat hij er altijd wel inging. Maar feit blijft dat ik een wedstrijd in dat stadion gespeeld heb, om na afloop met een zakje gebrande pinda’s te gaan zitten uithijgen op de tribune. Ik moet nog steeds eens informeren bij de NOS of ze nog opnames hebben liggen van die wedstrijd.

Waarom ik dit allemaal vertel? Eigenlijk zomaar. Misschien ben ik wel in een sentimentele stemming geraakt door dat vorige verhaal over dat ijsje van 75 cent.

Uitslag: 20 – 0

zondag 24 oktober, 2010

Feyenoord heeft dit weekend verloren van PSV met maar liefst 10 tegen 0. Ajax won ooit eens van een andere club met 12 tegen 0. Dat zijn nog eens uitslagen. Maar nog geen 20 tegen 0 zoals ik dat zelf eens heb mee mogen maken. Op een zaterdag vertrokken we op de fiets, sporttas onder de snelbinders, op weg naar een club in het diepe diepe zuiden van Limburg. Ik was een jaar of acht, en een bus om je vanaf je thuisclub te vervoeren naar de tegenstander bestond toen nog niet, en zeker niet voor de kleintjes. Die moesten met hun eigen beentjes bij het voetbalveld van de andere club zien te komen. En dan maar hopen dat je daarna niet te moe was om nog een wedstrijd te spelen. De club waar we toen tegen moesten spelen lag in een gebied waar Limburg al aardig heuvelachtig begint te worden. Zo ook het voetbalveld zelf. De ene goal lag zeker een meter of twee lager dan de andere. Toen we er aankwamen bleek dat er een fout was gemaakt in het competitieschema. Het team waar we tegen zouden moeten spelen was er niet. Die waren nu al elders aan het voetballen. En wij dan? De tegenstander kwam met een oplossing. We zouden gewoon de wedstrijd spelen tegen een ander elftal van die club. Wij waren C, zij waren pupillen. Als je eenmaal de zestien of achttien jaar gepasseerd bent maakt leeftijd niet zoveel meer uit, maar op die leeftijd nog wel. Het gevolg was dat we een wedstrijd speelden tegen kinderen die een jaar, soms twee, jonger waren dan ons. En minstens een kop kleiner. We wonnen dan ook overtuigend, met twintig doelpunten voor en genen ene tegen. Het was een feest, voor ons, en ik geloof dat zelfs ik toen een doelpunt heb gemaakt. Dus die 10-0 van PSV… Ach, het is een mooie uitslag. Maar niks vergeleken bij die twintig tegen nul van ons.

De bal

vrijdag 22 oktober, 2010

VoetbalAls kind was ik gek op voetballen. Ik voetbalde op school in de pauzes, na school als de speelplaatsen helemaal leeg waren, thuis nog even voor het eten, na het eten, en dan natuurlijk ook nog tijdens de training en de competiewedstrijden op zaterdag. De bal was voor mij meer dan alleen maar een bal. Ik hield echt van de ding. De plastic versies iets minder dan van de leren, maar ook die kon ik liefdevol tussen mijn handen rondjes laten draaien. De leren ballen waren echter mijn favoriet. Als ik er niet tegenaan liep te schoppen pakte ik hem ook zomaar eens op. Ik keek dan aandachtig naar de gestikte naden, naar de kleine velletjes van de lak die aan het loslaten waren. Een leren bal rook heerlijk. Het rook niet alleen maar naar leer, maar ook naar gras en regen. Iedere bal had zijn eigen geluid dat ook nog eens veranderde naarmate hij voller of minder vol was opgepompt en hoe oud de bal was. En als de bal bijna aan het einde van zijn leven was begonnen de naden los te laten en zag je hoe de bal aan de binnenkant langzaam naar buiten probeerde te komen. In het begin zag je alleen nog maar de kleur van deze ‘binnenbal’, maar al gauw begonnen de uitstulpingen groter te worden, en dan wist je, iedere rake trap zou de laatste kunnen zijn.

ik heb er zo’n 5 à 6 gehad geloof ik. Drie daarvan staan me nog goed bij. Een rode met langwerpige lapjes leer, een échte voetbal, zwartwit en met zeshoekige stukjes, en een okergele die ik van mijn vader kreeg toen hij met een hersenschudding in het ziekenhuis lag. Die laatste herinner ik me nog het best, en – sorry pa – niet alleen maar omdat ik hem destijds van hem kreeg. Deze bal was namelijk niet rond. Had mijn vader hem zelf kunnen kopen was hem dit zeker wel opgevallen. Het ding was eivormig en bleef dit ook, wat de verkoper mijn moeder ook wijs had proberen te maken. Een leren broek past zich in de loop van de tijd aan aan het lichaam van de drager, een leren bal past zich aan aan… de lucht? Het ding bleef dus eivormig en zwabberde bij een felle trap alle kanten op. Daarbij was hij ook nog eens veel lichter dan de anderen. Dan kreeg je de zogenaamde afzwaaiers. ‘Aafsjwinken’ noemden we dat in het Limburgs dialect, gevolgt door ‘godverdomme!’. Toch heb ik deze bal netjes gebruikt tot het bittere einde. En met een beetje goede wil kunnen mijn handen zich nog het rafelige oppervlak van het leer herinneren. Probeer dat maar eens met een pingpongballetje of een hockeypuck.

Thermiekvogels

maandag 27 september, 2010

ThermiekvogelAfgelopen zaterdag op de Regte Heide bij Goirle: Luchtvaartclub ‘De Thermiekvogels’ bezig met een regionale wedstrijd zweefvliegen zonder inzittenden. ‘De enige echte buitensport’, volgens een van de aanwezigen. Dan wil ik nog weleens een wedstrijdje indoor parachutespringen meemaken, dacht ik nog, of de vier keer honderd meter roeien. En fotograferen is naar mijn mening toch ook een echte bezigheid voor buiten, maar dat mocht ik van hun geen sport noemen. Zelf vind ik het anders wedstrijd genoeg om bij kwakkelweer toch nog met een paar goeie foto’s thuis te komen.

Suikerpinda’s en voetbal

zaterdag 4 september, 2010

Suikerpinda's en voetbalHet kan zomaar gebeuren dat een droom je naar herinneringen voert waarvan je niet wist dat je die nog had. Zo leidde de droom van vannacht me na het wakker worden naar een witte papieren zak vol suikerpinda’s. Hmmm, heerlijk. Vooral wanneer vers gebrand. Als kind een van mijn favoriete lekkere dingen om te snoepen tijdens een film op tv. Totdat ik ergens las dat er wel heel erg veel suiker en vet inzit en dat je je tanden er behoorlijk op stuk kunt bijten. Dat laatste lukt me nu overigens ook met dropjes en groentjes. Tijdens de afgelopen vakantie brak er weer een stukje van een kies af tijdens het lekker kauwen op zo’n fris plakkerig groentje met mentholsmaak. Ik ben gek op van die dingen. Groentjes, wybertjes, pottertjes. Eén à twee van die dingen zorgt voor een frisse smaak in je mond en zacht voor je keel. Dat heb ik nooit begrepen. Liefst eet ik ze met een handvol tegelijk. Een doosje wybertjes is bij mij altijd binnen tien minuten leeg. Jammer dat ze bij het Kruidvat die jumbodozen niet meer verkopen waar ik mijn tong in kon leggen zodat ik meteen een mondvol wybertjes tot me kon nemen.

Ik dwaal een beetje af. Het begon namelijk met die herinnering aan suikerpinda’s. Daarna moest ik denken aan de zondagmiddagen die ik samen met mijn pa doorbracht achter het huiskamerraam. Onze stoelen een kwartslag gedraaid, voeten op de vensterbank, een pot dropjes bij de hand, keken we omstebeurt door de verrekijker naar het voetbalstadion van Fortuna Sittard. Toen lag het stadion nog midden in de stad naast onze flat, was het stadion nog niet zo groot en ook nog niet zo afgesloten als nu. Bezoekers zag je via de trap aan de buitenkant naar boven klimmen en vervolgens over de rand van de tribunes weer verdwijnen. Aan de linkerkant stond het scorebord. Als er gejuichd werd keken we met de verrekijker naar het figuurtje dat naar boven klauterde en konden we zien aan welke kant er een bordje verwisseld werd. Dan wisten we, links is een doelpunt voor Fortuna, rechts voor de tegenstander. Zo hielden we de stand bij terwijl we comfortabel in onze stoelen zaten en vooraf en achteraf ook nog eens konden genieten van al die mensen die via het paadje achter onze flat weer terugliepen naar hun auto’s. De meeste fans waren mannen, maar soms liep er ook weleens een vrouw tussen. Mutsen en sjaals in de kleuren van de clubs. Meer was er toen nog niet te koop aan fanartikelen. En vuvuzela’s al helemaal niet. Het enige geluid dat er destijds gemaakt werd in de stadions was afkomstig uit de kelen van de fans. ‘Hi ha hondelul’. Een van de eerste ‘shocking’ dingen die er geroepen werden. Verder hoorde je, als je zelf een van de bezoekers was, alleen maar het ‘Boe’ en ‘Ah’ van de andere fans, én het gekraak van vele witte papieren zakjes vol suikerpinda’s. Het enige dat er te koop was en aangeboden door dames met houten bakken voor hun lichaam vol met van die zakjes. Dat was ook het beeld dat ik voor me had vanochtend en waarom ik het wel leuk vond dit stukje op mijn site te zetten. Het had ook korter gekunnen, maar een bal zwaait ook weleens af en een pass is nooit helemaal perfect.

En feesten zullen we…

dinsdag 13 juli, 2010

Nederland heeft de finale dan toch nog gewonnen. Wat feesten betreft dan. Toen de echte finale verloren werd van Spanje leek de pret even voorbij te zijn, maar de media, de commercie en de fans hebben zich snel weten te herstellen. The party must go on!

Um Himmels Willen. Ontneem de Nederlander alsjeblieft niet zijn feesten en zijn barbecues. Wat moet dat arme volk anders? Die grachtentocht. Oh nee, die gaat toch nog wel door hè? Zeg me dat de grachtentocht doorgaat! Alsjeblieft! Hij móet doorgaan, ik heb me er zo op verheugd!

Een verslaving is het. Aan de euforie. ‘Een eufoor is iemand die voortdurend op zoek is naar gevoelens van euforie’. Het lijkt me niet misstaan in een boekje met de titel Welvaartsziekten, 1980-heden.

Alweer net niet

maandag 12 juli, 2010

Ja, ook ik wil nog even iets kwijt over de finale. Die derde finale die Nederland alweer (net) niet wist te winnen. Ik heb ze alledrie gezien, die finale’s. En dit keer waren ze het dichtst bij de overwinning en de wereldbeker. Hoe langer de wedstrijd duurde en het 0-0 bleef, hoe meer kans ik ze gaf te winnen. Spanje was dan misschien de betere ploeg, in de wereld die voetballen heet heeft dat niks te betekenen. Vaker dan eens won een mindere ploeg het van de betere. Met een goede verdediging, en flinke dosis geluk, met soms krakkemikkig spel, met hardheid, met een enkel kansje tijdens een snelle counter. Het Nederlands elftal had het dit keer allemaal.

Tijdens de kwartfinales al had ik het idee dat Nederland de finale zou gaan spelen tegen Spanje. Echt waar. Ik wou dat ik het eerder gemeld had, dan was ik nu misschien net zo bekend als tentakelorakel Paultje. Juist omdat ze niet zo geweldig speelden had ik het idee dat het dit jaar weleens zou kunnen gaan lukken. Ik keek dit jaar echter anders dan anders naar de wedstrijden. Met meer afstand en ach we zien wel. Bij elke wedstrijd dacht ik, als ze verliezen, nou ja, dan is dat jammer. En daarom heb ik gisteravond vijf minuten na de wedstrijd nog maar even een dvd’tje opgezet met een tv-serie die ik aan het volgen ben. Flashforward, waarin de hele wereld gedurende 137 seconden het bewustzijn verliest en iedereen een ‘flash forward’, een visioen krijgt van de wereld over exact een half jaar in de toekomst. Die toekomst lijkt vast te liggen. Alles gebeurt exact zoals gezien tijdens die kort blik in de toekomst. Totdat iemand besluit van een hoge flat naar beneden te springen terwijl dat volgens zijn eigen visioen niet echt de bedoeling was.

Het balletje kan raar rollen. Wat dat betreft is voetbal eigenlijk quantumfysica in de praktijk. En als je een beetje weet wat het principe achter quantumfysica inhoudt, betekent dit dat van alle mogelijke werelden, iedere denkbare toekomst, er eentje is waarin Nederland gisteravond die finale wél won. Een fijn idee toch?

Nederland liever geen wereldkampioen

dinsdag 6 juli, 2010

Een Nederlander behoort bescheiden te zijn. Maar is het juist vaak niet. Of dat nu komt door ons koloniale verleden, onze Gouden Eeuw, onze gasbel, ik weet het niet. We doen er alles aan om gezien en gehoord te worden binnen Europa en de rest van de wereld. Balkenende is daar ook een goed voorbeeld van, al hoop ik niet dat hij het stereotype Nederlander is. We doen ons uiterste best vooraan te staan. Op het gebied van kennis en techniek, en ook als het gaat om anderen te laten zien hoe – wij denken dat – het moet. En soms is dat goed en ook terecht. In bescheidenheid huist vaak een klare geest die op een nuchtere en relativerende manier in staat is de dingen op een andere manier te laten zien. Dat kan verhelderend werken. Maar als die klare geest te veel aandacht krijgt kan het weleens gebeuren dat hij naast zijn schoenen gaat lopen. Dan maakt bescheidenheid plaats voor zelfingenomenheid. Dan verandert het kind waar je graag naar luistert omdat het zo origineel uit de hoek kan komen in een vervelend en verwaand rotkind dat alleen maar aan zichzelf denkt.

lees verder »

Slaapverwekkend voetbal

zaterdag 3 juli, 2010

Ik weet niet wat het is dit jaar met dat voetballen. Of met mij. Van alle wedstrijden die ik tot nu toe heb gezien heb ik er niet een helemaal kunnen afkijken zonder erbij in slaap te vallen. Zelfs bij de wedstrijd van Nederland tegen Brazilië heb ik het tweede doelpunt van Wesley Sneijder moeten missen. En vanmiddag, tijdens die prachtige wedstrijd van Duitsland tegen Argentinië, heb ik van de vier doelpunten er maar één live meegemaakt. De rest van de tijd lag ik te dutten.

Mijn vader en ik keken vroeger altijd samen naar het voetballen. Op zaterdag werd er om zes uur altijd gekeken naar Die Sportschau op de ARD, en op zondagavond om half acht was er natuurlijk Studio Sport. Het WK van ’74 kan ik me nog goed herinneren. Ik was toen elf. Een jaar later kreeg mijn vader zijn eerste hartinfarct. Die twee feiten hebben natuurlijk niks met elkaar te maken. Mijn vader werd daarna wel een stuk minder fanatiek tijdens sport op tv. En als de spanning hem eens te veel werd zette hij altijd even een andere zender op, en schakelde dan steeds even terug om te kijken of er al iets veranderd was aan de stand. Nog later liet hij wedstrijden zelfs helemaal schieten en ging dan veel liever een stukje fietsen. En nog later, in het jaar van zijn dood, sukkelde hij altijd in slaap voor de tv.

Ik ga er voor het gemak even vanuit dat ik zelf nog niet bezig ben aan het laatste jaar van mijn leven. Dus dan moet het de combinatie zijn van de warmte en mijn leeftijd. En dat zou weleens kunnen kloppen. Hoe meer ik kijk en luister naar de nabeschouwingen, naar de blikken terug in de tijd, er namen vallen van voetballers van weleer, hoe meer ik ontdek dat ik velen daarvan ken. ‘Voor de veertig-plussers onder ons…’, en ‘Zij die de finale van ’74 bewust hebben meegemaakt weten dat…’. Eigenlijk heb ik al een heel leven achter de rug. Geen wonder dat ik soms in slaap sukkel op de bank. Ook nu zou ik best weer even een dutje kunnen doen voel ik. Komt mooi uit, want Spanje-Paraguay is net bezig.

Vuvuzetamol

donderdag 17 juni, 2010

VuvuzetamolOok zo’n hoofdpijn van die toeter? Koop dan snel een pakje Vuvuzetamol bij het Kruidvat en weg is de pijn. Voor de vuvuzela’s zelf is inmiddels een inzamelingsactie gestart. Van het gerecycelde plastic zullen oordopjes worden gemaakt.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen