Televisie

Star Jelly of heksensnot

woensdag 28 september, 2011

Heksensnot (foto: Johan van Zijll)Op de website van Vara’s Vroege Vogels stond een paar dagen geleden deze foto. ‘Geen grote hagelstenen, maar Sterrenschot. Waarschijnlijk heeft een bunzing kikkers gegeten. De eitjes zwellen op in z’n maag, waarna hij ze uitbraakt. Vooral in het voorjaar kan je dit geleiachtige Sterrenschot vinden.’ Heksensnot wordt het hier in Nederland ook wel genoemd, en het lijkt verdacht veel op het spul wat ik laatst in een lange uitzending op National Geographic zag. Daar noemde men het Star Jelly en er werd door verscheidene onderzoekers gesuggereerd dat het leven zou kunnen bevatten van buiten onze dampkring, want het spul bevatte duidelijk sporen van biologische oorsprong. National Geographic is een leuke zender, maar ook zij ontkomen er blijkbaar niet aan hun uitzendingen te vullen met semi-wetenschappelijk gespeculeer om kijkers te trekken.

Uitgezapt

vrijdag 19 augustus, 2011

Antiek tv-toestelZiggo gaat zijn zenderpakket uitbreiden en op het analoge kanaal zullen er een aantal verdwijnen. Deze kun je echter ‘wel nog blijven ontvangen indien u over een digitale ontvanger beschikt’. Zo’n ding heb ik, maar ik zet hem amper aan. Wanneer ik ‘s avonds voor het naar bed gaan nog even de tv aanzet ben ik snel uitgezapt. Ook als ik de digitale ontvanger aanzet, alleen duurt het dan ietsje langer omdat daar meer zenders op zitten. Ik kan me ook niet meer herinneren wanneer dat zappen nu eigenlijk begon en wanneer dat nog leuk was. Alles wat ik nu tegenkom lijkt wel te maken te hebben met emoties. Op de ene zender houdt moeder huilende dochter vast omdat ze zo blij is met haar nieuwe tuin, op de andere liggen jongeren onderuit in zitzakken elkaar te vertellen wat ze aan de ander leuk vinden en wat niet. Zelfs een gewoon natuurprogramma kan bijna niet meer zonder emoties verteld worden, daar zijn altijd woorden voor nodig als ‘weird, fantastic, amazing, incredible’. Een programma over grote architectonische werken kan niet meer zonder bij herhaling te vermelden hoeveel ‘tons of steel’ er voor nodig waren. Kortom, ik ben uitgezapt, en dat eigenlijk al een hele tijd. Tijd is het daarom, wat mij betreft, dat Ziggo een nieuw basispakket zenders samenstelt voor mensen die een tv alleen nog maar willen hebben voor de noodzakelijke informatievoorziening en voor evenementen als de Olympische Spelen, de Tour de France en de landing op Mars. Dit pakket zou bestaan uit slechts 10 zenders. De drie Nederlandse zenders, 3 Duitse zenders, twee Belgische en BBC 1 en 2. En dan zou ik daar graag ook een tv bij willen hebben met zo’n draaiknopje van 1 tot 10.

De vreugde van repareren

vrijdag 20 mei, 2011

Gisteren bij Een Vandaag hadden ze voor de verandering eens een paar onderwerpen waar je blij van kon worden. Ergens in het noorden van het land was een initiatief ontstaan van burgers om zonne-energie te promoten, met name voor particulieren, en later in de uitzending was er aandacht voor het Repair Café. In het Repair Café kunnen mensen langskomen met een apparaat dat het niet meer doet, om dan samen met anderen te kijken of het ding nog te repareren valt. Repareren dus, en niet zonder meer weggooien en vervangen. Vroeger was het normaal dat vader probeerde de fiets of de kraan te repareren en moeder kleding kon herstellen. Dat mensen dit vaak niet meer doen is wel te begrijpen. Apparaten worden steeds complexer of zitten vol met electronica of men heeft geen tijd vanwege een drukke baan of het gezin. Vaak weet men echter eenvoudigweg niet meer waar men zou moeten beginnen als iets stuk gaat. Dan maar een vakman laten langskomen of naar de winkel voor een nieuwe. En dat terwijl repareren zo leuk kan zijn en zo bevredigend. Twee voorbeelden wil ik hierbij even noemen. In het ene geval wist ik een defecte dvd-speler – het schuifje ging niet meer open of dicht – te repareren door een kapot veertje te vervangen door een veertje uit een balpen. In het andere geval was het contragewicht in de wasmachine gebarsten en met hels kabaal tegen de buitenwand van de machine geslagen. De oplossing hiervoor bleek ook redelijk simpel. Even naar de Handyman een nieuw gewicht bestellen voor 35 euro en achterop de machine schroeven. In beide gevallen moet je natuurlijk wel bereid zijn het apparaat even open te schroeven als er zich een mankement voordoet. Maar ik kan zeggen dat als je die moeite neemt en het apparaat doet het daarna weer, je er een enorm fijn gevoel aan overhoudt. En dan doel ik niet op de geldbesparing die het opleverde, maar het genot van iets hebben weten te repareren. Hierdoor wordt de afstand tussen jou en het apparaat ook vanzelf kleiner en verdwijnt voor een deel de belangrijkste reden voor mensen om niet eens aan reparatie te willen denken, namelijk de angst voor techniek. Bij een vriendin bood ik eens aan mij even een blik te laten werpen onder de deksel van haar kapotte wasmachine. Dat mocht niet, want ik zou weleens iets stuk kunnen maken (?). Niet dat ik hem had weten te repareren, maar ik had het wel willen proberen. Ze kocht liever een nieuwe (want daar kan niks aan stuk gaan) en haar oude wasmachine staat nu waarschijnlijk nog steeds zijn rondjes te draaien bij iemand anders. Repareren kan echt ontzettend leuk zijn en zo’n initiatief van een Repair Café vind ik geweldig. Alleen hadden ze het wat mij betreft een Klus Kroeg mogen noemen.

Reclamespotjes nertsenfokkerijen

woensdag 11 mei, 2011

Reclamespotjes nertsenfokkerijenIedereen heeft de afgelopen week waarschijnlijk wel de reclamespotjes gezien van de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouderij. Ik schrok er eerlijk gezegd van. Terwijl de kinderen aan tafel zitten vertelt vader over wat het verbod op het fokken van nertsen zal inhouden voor hun gezin. Daarnaast wordt benadrukt welke economische schade het zal hebben voor ons als belastingbetaler en dat het een grote klap zal betekenen voor het welzijn van de dieren. Gisteravond zag ik het spotje weer een keer voorbijkomen en zocht ik naar een passende vergelijking waarmee ik voor mezelf en anderen zou kunnen verduidelijken wat ik er zo principieel fout aan vind. De eerste vergelijking die in me opkwam, en die me door velen niet in dank zal worden afgenomen, is die van een kampcommandant in de Tweede Wereldoorlog. Ik vergelijk zo’n kampcommandant dan niet met een pelsdierhouder als het gaat om wie hij is. Het is nu even de enige situatie die ik kan bedenken waarbij ik kan aangeven dat ‘economisch’ belang (de financiële en maatschappelijke positie van de kampcommandant en zijn ‘personeel’) en het willen vasthouden aan bepaalde systemen en overtuigingen nooit een reden mag zijn iets in stand te willen houden wat in essentie onjuist is. Dieren in kooitjes stoppen met het enige doel ze verderop in het jaar te kunnen vergassen zodat ze gevild kunnen worden omdat dat geld oplevert, is ook een voorbeeld van iets dat onjuist is.

Ik kom op die vergelijking met die kampcommandant omdat het daarbij voor iedereen wel duidelijk is dat wat er toen gebeurde ethisch en maatschappelijk volkomen onjuist was. Op dezelfde manier oordelen we nu ook over wat er gebeurd in landen als Libië en Sirië en gruwelen we bij gedachten aan de genocides in Rwanda en Burundi in de negentiger jaren. Waarom is het dan zo lastig om die ‘denkslag’ te maken naar andere zaken, zoals oliewinning op zee, kernenergie, vee-industrie en pelsdierfokkerijen? Blijkbaar is het nog steeds lastig ons te laten leiden door dat wat goed is om te doen. In de politiek gebeurt dit helaas nog erg vaak. Ideeën over wat juist zou zijn om te doen zijn er wel, maar steeds opnieuw komt men daarvan terug en worden er halfslachtige beslissingen genomen en eenmaal ingestelde regels versoepeld en besluiten teruggedraaid. Het gebruik van anti-biotica en gewasbestrijdingsmiddelen, dierziekten, geknoei met levensmiddelen, het is allemaal zo duidelijk hoe het eigenlijk zou moeten en toch gebeurd het niet. Op dit moment speelt in Brabant de kwestie van proefboringen naar schaliegas. Er zijn genoeg onderzoeken die aantonen dat er behoorlijk wat risico’s kleven aan deze boringen in de Brabantse bodem, toch durven de verantwoordelijken er hun hand voor in het vuur te steken dat het absoluut veilig is. Maar voor hun is dan ook erg makkelijk om als het toch fout gaat achteraf te beweren dat ze hun standpunt gebaseerd hadden op de informatie die toen voorhanden was. Die hand steekt dus tegelijktijd in het vuur en in de onschuld. How convenient…

Dowenloden

zondag 8 mei, 2011

VoortschrijdingsbalkjeEen kleine anekdote. Mijn moeder heeft geen computer en dus ook geen internet. Het enige dat ze weleens tegenkomt op dit gebied zijn verwijzingen in folders door instanties naar websites waar ze informatie kan downloaden. Wat ik dan vervolgens mag doen. Of een enkele update van Ziggo voor de digitale ontvanger. Het ‘kastje’, zoals mijn moeder die digitale ontvanger noemt, gaf onlangs de melding dat er een update beschikbaar was die gedownload kon worden. In zo’n geval belt mijn moeder me om te vragen wat dat inhoudt en wat er nu eigenlijk van haar gevraagd wordt. Begrijpelijk. Als je nooit achter een pc gezeten hebt kun je niet weten wat begrippen als updaten en downloaden betekenen. Nadat ik het haar uitgelegd had en gezegd had dat ze niet bang moest zijn om op ‘ja’ te drukken, begon op haar tv een balkje te verschijnen dat steeds langer werd. ‘Dat houdt in hoe lang het nog duurt voordat het dowloaden klaar is’, legde ik haar uit. ‘Oh, nou, hij is al een heel eind’, zei ze, ‘Al zeker tien centimeter’. Ik moest nog maar even blijven hangen aan de telefoon want het resterende deel was nog maar iets van twintig centimeter. Zo’n voortschrijdingsbalk of progress bar is ook iets dat je nooit tegenkomt als je geen pc in huis hebt. Daarom was dit voorval ook zo grappig. Ik heb maar niet proberen uit te leggen dat zo’n balk altijd een percentage weergeeft en dat het er dan niet toe doet of je een klein of een groot beeldscherm hebt. Waarom zou je je hoofd gaan breken over dit soort dingen als je kunt blijven denken in absolute waardes en afstanden gerekend in (fiets)minuten.

Inteelt

vrijdag 6 mei, 2011

André van Duin staat op het podium en zegt zeer verheugd te zijn een zeer speciale gast aan te mogen kondigen. Behalve een begenadigd presentator en showmaster is het tevens een hele goede vriend van hem. Dames en heren… Ron Brandsteder! En Ron komt op, ze omhelzen elkaar even en Ron neemt vervolgens plaats naast Caroline Tensen die al eerder aangekondigd werd. Zo ging dat jaren achter elkaar door en vice versa. André te gast bij Caroline of Ron, Caroline bij André of Ron, Ron bij André of Caroline. Alsof ze een contract met elkaar hadden afgesloten waarbij ieder een paar keer per jaar, met korting, aanwezig zou zijn in de show van de ander. Hetzelfde lijkt nu het geval te zijn bij veel andere programma’s waar ook steeds maar weer dezelfde koppen te zien zijn. Joost Zwagerman, Bram Moszkowicz, Jan Mulder. Dat zijn maar enkele namen die me nu te binnen schieten, maar er zijn er veel en veel meer. Allemaal lijken ze hun rondje af te lopen door medialand. Maar waarom eigenlijk? De enige reden die ik kan bedenken is dat medialand een eiland is waarop mensen vertoeven die steeds maar weer bij dezelfde mensen op de koffie gaan om te praten omdat ze zo ontzettend graag praten en dan zeker weten dat er mensen zijn die naar hen luisteren. Ook dat zijn altijd dezelfde mensen. Ons kent ons. Ze praten en praten en doen dat voor het oog van de hele wereld waardoor kijkers en luisteraars denken dat wat ze zeggen maatgevend is. Ze zijn per slot van rekening niet voor niets op tv toch? En hoe vaker ze te zien zijn in liefst meerdere programma’s op meerdere zenders, hoe gezagwekkender hun mening lijkt te worden. Toen ik voor het eerst de titel van het programma ‘De Wereld Draait Door’ hoorde dacht ik dat het een kritisch en satirisch programma was waarin de gekte van de wereld getoond zou worden opdat mensen hier iets van zouden kunnen leren. Pas later zag ik de draaiende wereldbol achter Matthijs van Nieuwkerk hangen en begreep dat men doelde op de aarde en het nieuws dat dag en nacht doorgaat. Of had men toch beide betekenissen voor ogen? Voor mij blijft de eerste betekenis de meest waarachtige, en het is de media die de aarde een steeds grotere hengst geeft waardoor de wereld sneller zal doordraaien dan anders het geval zou zijn.

Een televisie van Philips

dinsdag 19 april, 2011

Philips tv anno 1970Gisteren werd het nieuws bekend gemaakt: Philips stopt met het maken van tv’s. Als het voor Philips jaar na jaar een verliesgevende bezigheid is om tv’s te produceren, dan kan ik deze beslissing natuurlijk begrijpen. Wat ik me echter afvraag is of dit nu ook betekent dat Philips stopt met het ontwikkelen van de techniek achter tv’s. Philips en hun tv’s staan erom bekend dat ze altijd voorop liepen in de ontwikkeling van nieuwe concepten en technieken. En: Philips maakt nu eenmaal de beste tv’s. Of dat laatste nu nog waar is weet ik niet, het merk sleepte wel jaar na jaar over de hele wereld prijzen in de wacht voor de kwaliteit en innovativiteit van hun producten.

Twee jaar geleden nam ik mijn ouders mee in mijn oude Renault Clio naar een dorpje bij Sittard om daar te gaan kijken naar een nieuwe tv. De oude tv, en ook een Philips, had zijn beste tijd nu wel gehad. Het zou voor mijn vader ook leuk zijn nog even te kunnen genieten van een nieuw speeltje in de huiskamer. Wat dat betreft was mijn vader vaak beter op de hoogte van nieuwe producten dan ik. Als ik bij ze op bezoek was had hij op dit gebied altijd wel iets te melden. ‘Philips heeft nu iets gemaakt…’ en ‘Ze hebben weer iets bedacht bij Philips…’. Kortom, grote kans dat de nieuwe tv weer een Philips zou worden, ook al gingen we in eerste instantie om te kijken naar een Samsung waar mijn vader goede dingen over had gelezen. Maar terwijl we in de winkel naar de wand keken met tv’s kwamen we gedrieën tot dezelfde conclusie: Philips had (toch weer) het beste beeld. Het enige waar Philips de afgelopen decennia een steekje heeft laten vallen is op het gebied van gebruikersgemak en eenvoud. ‘Sense and simplicity’ is de slogan anno 2011 maar was de praktijk anno 1970. Maar wat wil je ook. Drie drukknoppen voor de kanaalfrequenties en maar liefst 6 (!) voorkeuzezenders. Simpler kan het niet.

Produktie 1970/1971 – kleurentv.
6 voorkeuze zenders.
Stroomverbruik 350 Watt.
Beeldbuis A66-120X, 90 graden afbuiging.

Meer over oude tv’s op www.marcelstvmuseum.com »

Pieter Post overleden

vrijdag 14 januari, 2011

Pieter PostMet grote verslagenheid heb ik vandaag kennis genomen van het nieuws dat Pieter Post is overleden. Als kind was ik altijd al een groot fan van hem en ik denk dat ik geen enkele aflevering op tv over hem en zijn vuurrode bestelwagentje heb gemist. Zoals hij over dat leuk bruggetje aan kwam rijden, die leuke huisjes van papiermaché en die kat die hij vaak bij zich had. Een heerlijke en pretentieloze kinderserie waar ik zelfs nu nog graag naar mag kijken. Wat zeg je? Het is Peter Post de wielrenner die is overleden en niet Pieter Post!? Zucht, een pak van mijn hart…

Jaaroverzicht 2010

vrijdag 31 december, 2010

Het is weer de tijd van de jaaroverzichten. Op radio, tv en kranten, in Nederland en ieder ander land van de wereld. Ieder zijn eigen jaaroverzicht en het is altijd feest, ook als er verschrikkelijke dingen zijn gebeurd. Alles ligt namelijk achter ons, dus we kunnen er met een hapje en een drankje even gezellig voor gaan zitten en terugkijken op wat we het afgelopen jaar allemaal weer hebben meegemaakt. En dat is heel veel. Niet op persoonlijk vlak misschien, maar via TV, Facebook, Twitter, SMS en andere vormen van digitale datastromen hebben we elkaar het afgelopen jaar weer volledig murf gebombardeerd met nieuwsfeiten. Nieuws, dat moet ik nog even uitleggen, is iets in de vorm van een gedachte of feitelijke gebeurtenis waar je nog niet van op de hoogte was. Als ik nu bijvoorbeeld schrijf Gribus Quasi Modus, dan is dat voor jou nieuws. Ik weet niet wat het betekent – ik verzin het ook maar net – maar het is iets nieuws dat je nog niet eerder hebt gehoord. Niet zo’n goed voorbeeld misschien. Laten we dan Gordon even erbij nemen. Gordon heeft – weet ik niet, zou kunnen – net een nieuwe auto gekocht en tankte daarmee per ongeluk diesel in plaats van gewone benzine. Dat was niet erg slim van Gordon en je zou het daarom niet echt nieuws kunnen noemen, het feit dat het gebeurde is op zichzelf en volgens de letterlijke betekenis van het woord nieuws. Maar wil of moet je dit weten? Nee. Veel nieuws lijkt meer op een advertorial van een persoon, een groep mensen of een bedrijf, dan op het mededelen van een relevante gebeurtenis. En ‘news travels fast’ maar verdwijnt ook weer net zo snel. Balkenende? Die was toch ooit Minister-President van Nederland? Was dat niet ergens in 2004 ofzo? Het vreemde is dat ik dat gevoel ook bij mijn weblog heb. Ik heb net even zitten bladeren door de berichten van het afgelopen jaar en verbaasde me over hoe snel berichten ouder lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Hoe meer en hoe sneller ik nieuwe berichten plaats, hoe verder weg in het verleden ik eerdere berichten lijkt te drukken. Ik heb zelf het vermoeden dat het iets te maken heeft met onze angst voor de dood, onze sterfelijkheid. Hoe meer we ons laten meesleuren in een door onszelf gecreëerde nieuwstroom, hoe meer we het gevoel hebben volop te leven, iets mee te maken, iedere minuut van de dag. Maar als het steeds moeilijker wordt iets daarvan vast te houden, dicht bij jezelf, wat is dan de waarde hiervan? Wat heb ik het afgelopen jaar meegemaakt dat ik nu nog kan ervaren als waardevol en mooi? Het antwoord hierop weet ik nog niet, ik ben nog wel even bezig met bladeren door alle berichten van 2010.

Waarom telefoongesprekken van anderen irritant zijn

zaterdag 2 oktober, 2010

Op de website van het AD staat een artikel over de vraag waarom telefoongesprekken van anderen zo irritant zijn. Ze doelen dan op de mobiele telefoongesprekken die je opvangt van anderen. Over de oorzaak staat er het volgende: ‘De sleutel ligt in de aard van een telefoongesprek: je hoort maar één helft. Een half gesprek is minder voorspelbaar, houdt je hersenen dus bezig en forceert je als het ware om te luisteren. Een volledig gesprek is betekenisvoller en daarom gemakkelijker te negeren’.

Ik vind ze ook irritant, die gesprekjes. Aan de andere kant vind ik ze ook erg boeiend. Je hoort maar één helft en ik kan me dan nog meer concentreren op de manier hóe iemand praat. Een soort meerwaarde door isolatie, net als bij tv-beelden die je bekijkt zonder het geluid aan te zetten. Een programma als Pauw en Witteman wordt dan heel erg bizar. En heel erg onbelangrijk. Een tafel vol gebaren en gezichtsuitdrukkingen. Ik krijg dan het vreemde gevoel dat taal heel essentieel is, maar dat woorden tegelijkertijd afleiden van de essentie. Waarom zou ik moeten weten waar ze het over hebben? Dat is helemaal niet interessant. Gewoon kijken naar wat ze aan het doen zijn en hoe ze naar elkaar kijken. Dat zegt genoeg.

In de titel heb ik ‘van anderen’ doorgehaald. Ik ben namelijk niet zo’n beller. Ik kan bij uitzondering weleens lang aan de telefoon zitten, maar meestal moet ik daar niet veel van hebben. Net als bij telefoongesprekken die je oppikt van anderen ervaar je ook tijdens je eigen gesprekken door de telefoon maar één helft van het geheel. Ook dit is maar een half gesprek want je ziet de persoon waarmee je belt niet. En voor mij is dat vrij essentieel. Daarnaast vind ik dat een telefoon er vooral is om kort even wat dingen te kunnen doorgeven. Een ‘lijntje’ om wat zaken op elkaar af te kunnen stemmen, elkaar van iets op de hoogte te kunnen brengen. Voor communicatie moet je de telefoon niet gebruiken.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen