Het was ‘groot’ nieuws: ‘@Home, Multikabel en Casema gaan samen onder de naam Ziggo’. Mijn eerste reactie was er een van verbazing. Welk (ongetwijfeld duur) reclameadviesbureau zou met deze ingenieuze naam op de proppen zijn gekomen? Of vonden die het misschien ook niks maar was het een noodgreep om de vader van Mr. Zap (van de voormalige ‘zap-box’ van Essent) tevreden te houden?
Het is al een tijdje mode om merknamen en namen van bedrijven te laten eindigen op een klinker of – lekker ‘eigenzinnig’ – op een medeklinker die je eerder aan het begin van een naam of woord zou verwachten dan op het eind, bijvoorbeeld de letter ‘z’ of ‘q’. Maar zoals wel vaker het geval is met mode, echt nieuw is het niet. De Zippo aanstekers bestaan al heel lang, en Groucho, Chico, Zeppo en Harpo waarschijnlijk nóg langer, maar wat lees ik op pagina 37 in het boekje En wel hierom… over de invloed van Kees van Kooten en Wim de Bie op de Nederlandse taal:
‘In de jaren tachtig werd het in Nederland mode om woorden te maken met een ‘o’ op het eind. Amerikaanse jongeren gebruikten toen woorden als beardo, bimbo, creepo, dumbo en weirdo. (…) Het is heel makkelijk om dit soort woorden te maken. Dat kan op twee manieren: door aan een bestaand woord een o vast te plakken (zoals bij frusto, lijpo en lullo) of door het mes te zetten in woorden waar al een o in zit, zoals aso, majo, psycho en socio.’
Ziggo zou dus een afkorting hebben kunnen zijn van Ziggoerat, maar ik ga er vanuit dat de directeuren van Ziggo zich niet willen vergelijken met een Berlusconi (‘Ziggurats were believed to be dwelling places for the gods. Through the ziggurat, the gods could be close to mankind.’). Blijft over dat het populair klinkende gebruik van een o op het eind al net zo oud is als de man uit de commercial van Ziggo. Een extreem ‘oudere jongere’ zeg maar. Niet echt het beeld wat je hebt van een ‘innovatieve en betrouwbare leverancier van (digitale) televisie en radio, internet en telefonie’ (website Ziggo).