Voor je het weet zijn ze groot
Ouders worden vaak gewaarschuwd om vooral niet te vergeten te genieten van de kinderen zolang ze nog klein zijn, want ‘voor je het weet zijn ze groot’. Maar zouden kinderen die waarschuwing niet net zo zeer moeten krijgen? Vanmiddag keek ik bij mijn moeder uit het raam neer op de struiken rond het pleintje voor de flat. Ik weet absoluut zeker dat ik daar vroeger vaak inkroop om me te verschuilen tijdens het verstoppertje spelen. Dat moet heel lang geleden zijn geweest toen ik nog heel erg klein was. De struiken komen nu amper tot mijn heupen, terwijl ik vroeger op mijn gemak tussen die struiken kon liggen met nog een heel bladerdek boven mijn hoofd. Zoveel ruimte boden die struiken om je te verstoppen. En de bomen op het grasveld waren een slechte keuze als je even snel in een boom wilde klimmen. Daar waren de bomen verderop veel geschikter voor omdat daar takken aan de stammen groeiden waar je zo op kon stappen. Maar de takken aan de bomen op het grasveld zijn helemaal niet zover buiten bereik als dat ik me kan herinneren. Een metertje of anderhalf boven de grond, meer kan het niet zijn. En dat enorme grasveld dat we moesten overbruggen om bij de andere goal te komen? Een metertje of vijftig, meer niet. Ik ben groot geworden voor ik er erg in had. Dat weet ik al heel lang natuurlijk, maar vanmiddag opeens meer dan ooit. Met mijn moeder tegenover me, in de stoel waar mijn vader altijd inzat. Die er niet meer is. Zijn spullen liggen nog beneden in de kelder, en we hebben er vanmiddag even samen doorheen zitten rommelen. Het blijft toch vreemd, dat iemand dood kan gaan, en dat dat echt betekent dat iemand niet meer terug zal komen. Alleen nog maar bestaand in je herinneringen, net als je eigen kindertijd.












