Vader

Nagedachtenisplicht

maandag 31 oktober, 2011

Wat een mooi woord is dit toch. Ik hoorde het onlangs in een documentaire over Hans en Sophie Scholl, twee leden van de Weiße Rose, een Duitse verzetsgroep tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze riepen op tot geweldloos verzet tegen het naziregime en drukten tussen juni 1942 en februari 1943 zes anti-oorlogspamfletten en verspreidden die in grote Duitse en Oostenrijkse steden. Uiteraard en helaas werden ze opgepakt en geëxecuteerd. De teksten zelf zijn bewaard gebleven en onder andere gebundeld in het boekje Die Weiße Rose van zus Inge Scholl. Het is onze plicht, niet omdat het moet van iemand anders, om dit soort daden en de reikwijdte van de inhoud van dit soort teksten nooit te vergeten.

Gisteren was ik met mijn moeder op de begraafplaats van Sittard. Morgen is het Allerheiligen, gevolgd door Allerzielen op woensdag. We liepen langs de graven van mensen die we beiden gekend hebben, om te beginnen met het graf van de ouders van mijn vader. De begraafplaats is een van de mooiste die ik ken, en niet alleen maar omdat ik in Sittard ben geboren. Overal staan mooie oude bomen die gisteren nog mooier waren vanwege de herfst en het lekker warme najaarszonnetje. In het midden van het kerkhof is het graf van Deken Thijssen. Ieder jaar rond deze tijd kunnen gelovigen daar bij elkaar komen om samen te bidden, voor Deken Thijssen, en voor alle levenden en niet meer levenden. Terwijl mijn moeder zich aansloot bij het groepje mensen rondom het graf liep ik een beetje rond, terwijl ik op de achtergrond kon horen hoe keer op keer het weesgegroetje werd herhaald. Hoeveel kraaltjes zitten er ook alweer op een rozenkrans? De zon scheen in mijn gezicht en de rode en gele bladeren van de bomen wiegden zachtjes heen en weer. En ik werd weer even geraakt. Niet door God, maar door al dat leven om me heen. De laatste tijd zit ik te veel met mijn hoofd in opdrachten en met mijn ogen gefixeerd op het beeldscherm van mijn computer. De eenvoud en rust op een begraafplaats doet altijd iets met me. Ik word er ook altijd even emotioneel van, en niet alleen maar omdat we als laatste een bezoek brachten aan het graf van mij vader. De naam van hem daar op die steen te zien staan maakte het alleen maar even concreet.

Nagedachtenisplicht gaat niet alleen maar over het verleden en de doden, maar zeker ook over wat er in jezelf leeft en voor jezelf belangrijk is. Zo was ik vergeten hoe vol ik me kan voelen en hoe leeg ik de laatste tijd ben. Moe om niks. En de oplossing is altijd weer even simpel als moeilijk. Gewoon iedere dag even naar buiten en een stukje wandelen.

Pixels en centimeters

zaterdag 22 oktober, 2011

Mijn vader: in centimeters en in pixelsMijn vader was een kei in het schatten van afstanden en maten. Bij leven was hij van beroep stratenmaker en een heel verdienstelijk timmerman, dus dat zal vast een reden hiervoor zijn geweest. Telkens als ik op zoek ging naar een meetlint riep hij al ‘vier en een halve centimeter’ of ‘acht en een halve meter’. En telkens bleek dat verdomde aardig te kloppen met wat de lijntjes en cijfertjes op het meetlint aangaven. Zelf ben ik helemaal niet zo handig met hout of steen, wel kon ik een aardig balletje trappen. Bij voetbal ben je echter nooit bezig met een lijnrechte voorzet. Zelfs een strakke pass heet alleen maar zo omdat hij precies daar komt waar de schutter hem wilde hebben. Bij voetbal werk je meer met indraaiers en boogballen, en mijn wiskunde is dermate slecht dat het geen enkel nut had uit te rekenen hoeveel meters dat waren. Wat ik des te beter kan is het schatten van het aantal pixels op het beeldscherm van mijn computer, en daar had ik me graag eens met mijn vader aan willen meten. Zelfs bij afwijkende beeldverhoudingen en resoluties kan ik soms akelig precies zien hoeveel pixels een blokje of stuk tekst verschoven moet worden om daar uit te komen waar ik het wil hebben. Kwestie van ervaring. Eigenlijk lijken we dan toch wel een beetje op elkaar. Mijn analoge vader en ik, zijn digitale zoon.

Kort geheugen

donderdag 29 september, 2011

De zomerhoed van vader‘Het is ongekend warm voor de tijd van het jaar’ volgens de mannen en vrouwen van het weerbericht van de NOS. Ongekend? Volgens mij werken ze al een paar jaar voor de NOS en dan zouden ze toch moeten weten dat het al vaker zo warm is geweest in het najaar. Om even hun en ons geheugen op te frissen drie blogjes die ik eerder schreef over dit ‘ongekend’ warme weer.

26 oktober 2005: Geen goed Nederlands
16 november 2006: Buiten spelen
22 november 2009: Nog even mooi weer

De laatste link bevat trouwens wel een omslagpunt richting de winter. Ik schreef het drie dagen voor de dood van mijn vader en las het net nog eens terug. Hij had tot op het laatst geen last van zijn geheugen, hoogstens van onbegrip als hij zich afvroeg ‘Waar ben ik nu toch zo moe van?’. Hij was denk ik net zo moe en zwaar als de zomer nu. Het is nog warm, de zon schijnt volop, maar je weet en voelt dat het op is.

Voor je het weet zijn ze groot

zaterdag 17 september, 2011

Ouders worden vaak gewaarschuwd om vooral niet te vergeten te genieten van de kinderen zolang ze nog klein zijn, want ‘voor je het weet zijn ze groot’. Maar zouden kinderen die waarschuwing niet net zo zeer moeten krijgen? Vanmiddag keek ik bij mijn moeder uit het raam neer op de struiken rond het pleintje voor de flat. Ik weet absoluut zeker dat ik daar vroeger vaak inkroop om me te verschuilen tijdens het verstoppertje spelen. Dat moet heel lang geleden zijn geweest toen ik nog heel erg klein was. De struiken komen nu amper tot mijn heupen, terwijl ik vroeger op mijn gemak tussen die struiken kon liggen met nog een heel bladerdek boven mijn hoofd. Zoveel ruimte boden die struiken om je te verstoppen. En de bomen op het grasveld waren een slechte keuze als je even snel in een boom wilde klimmen. Daar waren de bomen verderop veel geschikter voor omdat daar takken aan de stammen groeiden waar je zo op kon stappen. Maar de takken aan de bomen op het grasveld zijn helemaal niet zover buiten bereik als dat ik me kan herinneren. Een metertje of anderhalf boven de grond, meer kan het niet zijn. En dat enorme grasveld dat we moesten overbruggen om bij de andere goal te komen? Een metertje of vijftig, meer niet. Ik ben groot geworden voor ik er erg in had. Dat weet ik al heel lang natuurlijk, maar vanmiddag opeens meer dan ooit. Met mijn moeder tegenover me, in de stoel waar mijn vader altijd inzat. Die er niet meer is. Zijn spullen liggen nog beneden in de kelder, en we hebben er vanmiddag even samen doorheen zitten rommelen. Het blijft toch vreemd, dat iemand dood kan gaan, en dat dat echt betekent dat iemand niet meer terug zal komen. Alleen nog maar bestaand in je herinneringen, net als je eigen kindertijd.

Electrische fietsen

woensdag 6 juli, 2011

Voorheen had ik altijd respect voor oudere mensen op de fiets. Ik moet het mezelf nog zien doen als ik een jaar of zeventig ben. De laatste tijd is dat respect echter omgeslagen in irritatie en afkeer. Toen ik een jaar of acht was dacht ik dat ik sneller kon fietsen dan mijn vader. Ik haalde hem dan in, staand op de trappers, en liet mezelf daarna als overwinnaar ‘uitdrijven’. Kort daarop kwam mijn vader dan weer langszij, fluitend en rechtop gezeten op zijn fiets alsof het hem geen enkele moeite kostte. De laatste tijd moet ik daar vaak aan terugdenken als ik weer eens word ingehaald door iemand die minstens twintig jaar ouder is. Gisteren nog, op de terugweg van de supermarkt en met volgeladen fietstassen. Onder het viaduct door van de spoorweg is het altijd even stevig doortrappen om de helling op te komen. En terwijl ik dat naar beste kunnen deed werd ik zomaar ingehaald door een oudere meneer op een fiets waarvan de trappers maar half zo vaak in de rondte gingen dan die van mij. En hij zet rechtop, en ik niet. En ik hijgde, en hij niet. Nu weet ik dat ik nodig weer eens iets aan mijn conditie moet gaan doen, maar me op die manier een beetje in de maling nemen vind ik niet kunnen. Zo iemand moet toch ook beseffen dat het hem alleen maar lukt omdat hij op een electrische fiets zit. Maar dat schijnt er niet toe te doen. Net als zo’n arrogante hufter achter het stuur van een snelle BMW. Die hoeft ook alleen maar zijn voet tegen de gaspedaal te drukken om sneller te zijn dan iemand in een Suzuki Alto. En wie kan er nu niet zijn voet tegen een gaspedaal duwen? Iedere boerenlul toch? En zo hoeft deze meneer op zijn electrische fiets ook alleen maar een knopje om te zetten om automatisch meer snelheid te krijgen bij minder inspanning. Het is dus niet eerlijk en daar kan ik niet tegen. En zeker niet tegen die zelfgenoegzame uitdrukking op het gezicht van zo iemand terwijl hij iedereen voorbijfietst en nog net op tijd is bij het groene stoplicht bij de kruising, terwijl de rest moet stoppen. En eenmaal voorbij die kruising keek hij nog een keertje half achterom om te zien wat voor emotionele schade hij aangericht had. Behoorlijk kan ik zeggen. En toch kun je het hem eigenlijk niet kwalijk nemen. Al jaren wordt hij ingehaald door groepjes brugklassers, zwalkend over de weg en met de ellebogen op het stuur. En die rotbrommertjes niet te vergeten. Ook bij dat ‘transportmiddel’ hoef je maar je pols een beetje te kunnen verdraaien om sneller te kunnen wezen dan iemand op de fiets. Misschien nemen de bejaarden van nu op deze manier wel revanche. Alleen ben ik bang dat op deze manier straks iedereen het gewone fysieke fietsen maar meteen overslaat en meteen op een electrisch aangedreven model stapt. Ze schijnen middels reclame al aangeprezen te worden aan scholieren. Want stel je voor, iedere dag opnieuw, windkracht 8 tegen, met een tas vol zware boeken, over de Afsluitdijk naar school en weer terug. Dat doe je je lieve kindertjes toch niet aan?

Retoucheren van oude foto’s

zondag 24 april, 2011

OrigineelIk heb er sinds deze week weer een bezigheid bij: het retoucheren van oude foto’s. Dit was pas mijn eerste klusje, twee antieke foto’s van de ouders van mijn vader die ik tot een geheel moest maken, maar als het aan mij ligt ga ik dit vaker doen. Behalve dat het erg leuk werk is maak je ook nog eens iets mee. Eerst begon ik met de originelen in te scannen in een zo hoog mogelijke resolutie. Daarna opende ik de eerste foto, die van de vader, zoomde flink in op de hoek linksonder en begon met het retoucheerwerk. Op een gegeven moment kwam ik terecht bij het gezicht en staarde recht in de ogen van de grootvader die ik nooit gekend heb. Hij stierf toen ik een half jaar oud was. Ondanks dat het een oude foto is zijn het natuurlijk toch de ogen van een jonge man. Waarschijnlijk begin twintig, misschien zelfs jonger. Door de hoge kwaliteit van de scan en de mate van inzoomen was het mogelijk veel details van het gezicht goed te kunnen onderscheiden. Zelfs de plooien onder de ogen en onregelmatigheden van de huid. Zo leek het bijna alsof ik met een soort verlate kennismaking bezig was. En hoe langer ik in die ogen keek, hoe levendiger ze werden.

RetoucheZo bleef ik een hele tijd in die ogen turen tot er spontaan een gedachte in me opkwam: ‘Ik heb je binnen’. Ik weet het, dat klinkt heel raar, en zeker omdat het alleen maar een gevolg is van een tot de verbeelding sprekende oude foto en flink wat fantasie. Maar toch leek het alsof ik hem door mijn aandacht naar binnen wist te halen. Zo deed ik dat ook bij ‘de moeder’, zoals ze door iedereen altijd werd genoemd. Ook haar haalde ik naar binnen door minutenlang te blijven kijken naar haar gezicht en haar ogen. En haar jurk en haren, ik kon ze bijna ruiken. En daarna, toen ik wist dat het genoeg was, voelde ik me heel kalm. Alsof ik een reis door de tijd had gemaakt en daarmee mijn eigen leven opnieuw in perspectief had geplaatst. Zij toen, ik later, en toch zijn we tegelijkertijd.

Moeder Marie in 1903Er was nog een derde foto. Daar heb ik echter niet veel meer van kunnen maken. Hier en daar de grootste scheurtjes weggewerkt en het lokale contrast en de scherpte verhoogd. Op de foto is ‘de moeder’ nog te zien als kindermeisje, met achterop de tekst: ‘Uit waardering en dank voor onze Marie van Alle Drie uit negentienhonderdendrie.’

Bij herhaling

donderdag 7 april, 2011

Laurel & Hardy: volmaakte herhalingMarinet Haitsma schreef op haar blog een erg leuk en herkenbaar stuk over herhaling. Mensen die steeds maar weer dezelfde grap maken. Beter dan haar kan ik niet uitleggen hoezeer dit vaak te maken heeft met onderlinge verhoudingen en posities tussen mensen. Zal ik hier dan ook niet gaan doen. Ik moest alleen meteen denken aan een ontmoeting met een klant, gistermiddag. Toen ik zei dat er beslist ook een foto op de nieuwe website moest komen van de werkplaats terwijl hij aan het werk was, kreeg ik als antwoord ‘Dat zal moeilijk worden’. Het waarom hiervan kreeg ik meteen te horen van de vrouw die naast hem aan tafel zat. Er wordt namelijk nooit gewerkt bij hun. Een grapje uiteraard. Op dezelfde manier heb ik mijn ouders ook steeds maar weer dezelfde grappen horen maken. Zij schoten dan gezellig samen in de lach, en ik zuchtte maar weer eens flink en keek een andere kant op. Het ergste was als ze zo’n opmerking plaatsten als er andere mensen in de buurt waren. Een gevoel van schaamte kwam dan over me, waarbij ik de anderen het liefst had willen uitleggen dat het een heel erg bekende grap was voor mij en dat dat verklaarde waarom ik mijn kaken van ergernis stijf op elkaar geklemd hield. ‘Hier hoor ik niet bij’ zei ik dan weleens om mij toch nog een houding te geven, maar dat was eigenlijk al net zo afgezaagd als de grap die eraan voorafging.

Ik zit zelf ook vol herhalingen. Misschien dat ik er daarom vaak zo’n hekel aan heb bij anderen. Steeds maar weer hetzelfde staat voor mij gelijk met domheid en starheid. Alleen maar herhaling en je kunt net zo goed dood zijn. Dat zegt niet veel goeds over mijzelf. Ik weet ook dat je op sommige punten alleen maar kunt bestaan bij herhaling. Anders zou je jezelf iedere dag opnieuw moeten uitvinden, en dat is ondoenlijk en ook onnodig. En een kunstenaar herhaalt zich net zozeer als de plantsoenwerker die voor ieder meisje dat langsfietst dezelfde opmerking in petto heeft. Het enige verschil is dat kunstenaars (maar zeker niet allemaal) moeite doen variatie aan te brengen in hun werk. Al zijn het dan vaak variaties op een (over)bekend thema. Als mens zijn we nu eenmaal zelf onderdeel van herhaling. De een na de ander wordt geboren en sterft. Allemaal hetzelfde en alleen op enkele punten iets van elkaar verschillend. Misschien is herhaling met hier en daar wat variatie de beste manier om een gelukkig leven te kunnen leiden, al lijkt me dat stomvervelend. En begerenswaardig. Wat dat betreft begrijp ik mezelf nog steeds erg slecht. Maar dat heb ik geloof ik al vaker gezegd.

De stoel van mijn vader

vrijdag 26 november, 2010

De stoel van mijn vaderGisteren was het alweer een jaar geleden dat mijn vader stierf. Ik was op bezoek bij mijn moeder en zat in de huiskamer op de bank en staarde naar de lege stoel tegenover me. Hij maakte hem zelf, zo’n twintig jaar geleden en met de bank als voorbeeld. De poten draaide hij op de draaibank die hij in de kelder had staan. Ook die draaibank maakte hij trouwens zelf. Het was dus in meerdere opzichten echt zijn stoel. Ik keek ernaar en zag mijn vader zitten. Eerst nog vrij rechtop en met zijn benen over elkaar heen geslagen. In latere herinneringen schoof hij steeds verder onderuit, waarbij zijn trui aan de achterkant omhoog kroop en het leek alsof hij een sjaal droeg. Hij is altijd heel actief geweest. Was hij niet beneden in zijn kelder aan het klussen, dan zat hij wel op de fiets, alleen of met zijn broer. Op het laatst zat hij echter steeds vaker en langer in zijn stoel. Slapend of bezig met een kruiswoordpuzzel of kijkend naar een oude western op tv. Nu ik er zo over nadenk ken ik eigenlijk niemand anders in mijn leven die zo’n stoel heeft. Een stoel die je alleen maar verbindt met een enkel persoon, zoals je dat vroeger wel vaker had. Een stoel waar nooit iemand anders in ging zitten dan alleen maar vader of opa. Haast nooit vrouwen trouwens. En als er al eens iemand anders in ging zitten moest die er vooral heel snel weer uit.

Het wordt nog een probleem die stoel weg te doen. Hij moet eigenlijk opnieuw gestoffeerd worden en dat is niet bepaald goedkoop. Voor mijn moeder is het ook niet de makkelijkste stoel om in te zitten en dus zou het logisch zijn hem weg te doen en daarvoor in de plaats een wat smallere en hogere stoel aan te schaffen. Voorlopig zal hij nog wel even blijven staan. Het rouwproces van mijn moeder is nog in volle gang en dan wordt er vooral bewaard en niet weggedaan. De ‘rook’ op de foto is trouwens geen rook, alleen maar een filtertje. Misschien heb ik een beetje overdreven, maar het gaf het plaatje net wat meer sfeer. Of zou het toch de geest van mijn vader zijn?

Allerzielen

dinsdag 2 november, 2010

Graf van mijn vaderGisteren was Allerzielen en ben ik met mijn moeder naar het kerkhof geweest in Sittard waar mijn vader begraven ligt. Allerzielen is niet alleen maar een feestdag, een hoogtijdag, waarop je de doden gedenkt die het dichtst bij je staan. Eigenlijk denk je dan even aan alle overledenen die je hebt gekend. Onze rondwandeling over het kerkhof begon dan ook niet bij het graf van mijn vader, maar bij die van zijn ouders. Dit graf ligt meteen rechts van de ingang en is aangekocht ‘voor eeuwig’. Een mooie vaas met gele bloemen sierde het eenvoudige graf. De dag ervoor nog gekocht en neergezet door mijn moeder. Allerheiligen en Allerzielen zijn ook de dagen dat je wat extra aandacht schenkt aan het uiterlijk van een graf. Een beetje poetsen, een nieuw plantje of bloemetje. Verderop kwamen we langs de graven van wat tantes en ooms, neven en nichten, vrienden en kennissen van mijn vader. Vroeger had je niet slechts een enkele verre neef die ergens in het noorden van het land woonde en verder niks. Familie was toen nog iets dat nauw verbonden was met ‘stam’. De familie Tummers, de stam Tummers. En gezinnen bestonden toen niet uit twee of drie of vier personen. Zeven, acht en meer was vrij normaal. Ik voelde me gisteren dan ook af en toe weer even een beetje kind als ik om de zoveel tijd tegen mijn moeder zei ‘Hé mam! Daar ligt ook weer een Tummers. Familie?’ En vaak volgde dan een antwoord als ‘Ja wacht, die ken ik ook. Ja, dat is de oom van de broer van de neef van tante Sjan’.

Oude bloemen worden vervangen door nieuweHet graf van mijn vader lag er mooi bij. Daar zorgt mijn moeder wel voor. Iedere week bezoekt ze zijn graf, soms wel een paar keer. Mijn moeder liet uiteraard weer een paar tranen lopen, en ik volgde als vanzelf. Uit mijn broekzak haalde ik een rode zakdoek om mijn tranen af te vegen en mijn bril schoon te maken. Een zakdoek die nog van mijn vader is geweest en waar hij regelmatig zijn eigen tranen mee afveegde. Tranen die vaak als vanzelf bij hem begonnen te stromen. ‘Tranende ogen’ heet dat dan, een ouderdomskwaaltje. We liepen verder en kwamen langs een open plek tussen twee grafstenen. Een paar maanden geleden lagen daar nog de ouders van mijn moeder. Het contract was niet verlengd en dus was het graf weggehaald om ruimte te maken voor een ander. Verderop kwamen we langs een nieuwer gedeelte van het kerkhof waar familieleden liggen die ik zelf nog heb gekend. Hier en daar lagen bosjes bloemen op de grond of op een heg. Een van de laantjes met graven viel meteen op. Die van de kinderen. Sommigen maar acht of negen jaar oud geworden, een ander nog net geen maand. Lieve kleine Sara, onze kleine Joep.

KindergravenIk hou van kerkhoven en grafstenen. Ik weet niet wat het is, maar ik voel op die plekken meer contact met het leven dan waar dan ook. Natuurlijk, ik voel het ook tijdens een wandeling in een bos of aan het strand, of als ik aandachtig naar een bloemetje kijk. Toch is dat anders. Op een begraafplaats begraaf je geen mensen met het doel ze weg te stoppen zodat je ze makkelijker kunt vergeten. Je begraaft ze opdat je ze zult blijven herinneren. En met die herinnering aan de overledene her-inner je je ook je eigen leven en je eigen sterfelijkheid. Leven en dood samengebald in één gevoel, één beeld. Niet eng of kil, maar juist heel erg warm en teder.

De bal

vrijdag 22 oktober, 2010

VoetbalAls kind was ik gek op voetballen. Ik voetbalde op school in de pauzes, na school als de speelplaatsen helemaal leeg waren, thuis nog even voor het eten, na het eten, en dan natuurlijk ook nog tijdens de training en de competiewedstrijden op zaterdag. De bal was voor mij meer dan alleen maar een bal. Ik hield echt van de ding. De plastic versies iets minder dan van de leren, maar ook die kon ik liefdevol tussen mijn handen rondjes laten draaien. De leren ballen waren echter mijn favoriet. Als ik er niet tegenaan liep te schoppen pakte ik hem ook zomaar eens op. Ik keek dan aandachtig naar de gestikte naden, naar de kleine velletjes van de lak die aan het loslaten waren. Een leren bal rook heerlijk. Het rook niet alleen maar naar leer, maar ook naar gras en regen. Iedere bal had zijn eigen geluid dat ook nog eens veranderde naarmate hij voller of minder vol was opgepompt en hoe oud de bal was. En als de bal bijna aan het einde van zijn leven was begonnen de naden los te laten en zag je hoe de bal aan de binnenkant langzaam naar buiten probeerde te komen. In het begin zag je alleen nog maar de kleur van deze ‘binnenbal’, maar al gauw begonnen de uitstulpingen groter te worden, en dan wist je, iedere rake trap zou de laatste kunnen zijn.

ik heb er zo’n 5 à 6 gehad geloof ik. Drie daarvan staan me nog goed bij. Een rode met langwerpige lapjes leer, een échte voetbal, zwartwit en met zeshoekige stukjes, en een okergele die ik van mijn vader kreeg toen hij met een hersenschudding in het ziekenhuis lag. Die laatste herinner ik me nog het best, en – sorry pa – niet alleen maar omdat ik hem destijds van hem kreeg. Deze bal was namelijk niet rond. Had mijn vader hem zelf kunnen kopen was hem dit zeker wel opgevallen. Het ding was eivormig en bleef dit ook, wat de verkoper mijn moeder ook wijs had proberen te maken. Een leren broek past zich in de loop van de tijd aan aan het lichaam van de drager, een leren bal past zich aan aan… de lucht? Het ding bleef dus eivormig en zwabberde bij een felle trap alle kanten op. Daarbij was hij ook nog eens veel lichter dan de anderen. Dan kreeg je de zogenaamde afzwaaiers. ‘Aafsjwinken’ noemden we dat in het Limburgs dialect, gevolgt door ‘godverdomme!’. Toch heb ik deze bal netjes gebruikt tot het bittere einde. En met een beetje goede wil kunnen mijn handen zich nog het rafelige oppervlak van het leer herinneren. Probeer dat maar eens met een pingpongballetje of een hockeypuck.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen