Om drie uur ‘s middags belde vriendin M. op of ik zin had ‘s avonds nog even naar een kroeg te gaan. Laatste mooie dag van een hele reeks, dus waarom niet. Maar aangezien er een weersomslag voorspeld was toch maar even kijken op internet of het wel veilig was om gekleed in enkel een t-shirt op de fiets te stappen.
Ik begon te zoeken op webcams in Nederland. Slim van mij. De wind, wolken en regen zouden uit het westen komen opzetten, dus begon ik te zoeken naar webcams in Zeeland, Den Haag en Zandvoort. Met de huidige windsnelheden zou ik kunnen inschatten of en wanneer het in het westen al zou regenen, ik met enige mate van zekerheid nog luchtig gekleed richting de stad zou kunnen fietsen.
Zeeland haperde. De webcams waren of al aardig ontregeld door noodweer of al in zijn geheel uit de lucht. Scheveningen bood niet veel beters. Een grijze lucht maar onmogelijk in te schatten of het er al regende of niet. Zandvoort heb ik maar kort bekeken. Als het daar al regende zou het bij een gelijkblijvende westenwind toch ten noorden van Tilburg voorbij trekken en dus niet echt op mijn situatie van toepassing zijn.
Toch niet zo overzichtelijk en duidelijk als ik dacht. Uiteindelijk dus maar op de fiets gestapt in een t-shirtje, maar mét regenjas in de fietstas. En aangezien ik dat toch al van plan was, waarom heb ik dan al die tijd zitten verdoen met internetten terwijl ik ook buiten in de zon had kunnen zitten?
Internetters zijn af en toe maar rare mensen… (ik heb het over mezelf, niet over de lezer van dit stukje natuurlijk).