Zintuigen

Norwegian Wood (2010)

dinsdag 24 januari, 2012

Norwegian WoodDe oorspronkelijke titel van deze Japanse film is Noruwei no mori en is gebaseerd op het gelijknamige boek van Haruki Murakami. Alsof ik dat allemaal wist, maar ik heb dit ook maar op IMDB gelezen. De film, geregisseerd door Anh Hung Tran, die ook Cyclo en The Scent of Green Papaya maakte (dat wist ik dan weer wel), is wederom prachtig. Het verbaast me steeds opnieuw hoe sensueel Aziatische films, en dan met name Japanse, kunnen zijn. Niet van het westerse soort, hitsig en altijd op pompende sex uitdraaiend, maar van het stille soort, het sensuele van het kijken, naar een oorlelletje, een stukje nek, een glinstering in een oog, de gelakte nagel van een pink.

Hoe kinderen en dieren kunnen kijken

maandag 8 augustus, 2011

Kind met ouders en zusje (of broertje)Ik heb het idee dat kleine kinderen en dieren vaak op dezelfde manier naar de wereld kijken. Ze zijn nieuwsgierig naar wat er rondom ze gebeurt en houden alles in de gaten. Vaak vinden ze dat rondom veel interessanter dan wat er binnen het gezelschap gebeurt waar ze toevallig bijhoren. Het hoofd van kind of dier schiet dan heen en weer totdat ze iets gevonden hebben dat hun aandacht weet vast te houden. In dit geval was ik dat. Of mijn camera. Zowel het kind als de hond onder de stoel bleven oogcontact met me zoeken, en waarschijnlijk omdat ik een buitenstaander was, iets aan de zijlijn, iets nieuws en onbekends. Ik heb dan steeds het gevoel dat het kind of het dier deel uitmaken van een totaal andere dimensie dan waar de rest van de wereld zich in bevindt. En door op te gaan in hun manier van kijken voel ik dat ik mezelf ook voor een deel buiten het officiële gebeuren plaats. En eerlijk gezegd vind ik dat erg prettig. Word ik vervolgens door iets, een vraag bijvoorbeeld, uit dat kijken getrokken, ervaar ik dat als storend. Alsof een ‘hoger’ deel van mijzelf voor even uit mijn lichaam was getreden en verplicht wordt weer in de huid te moeten kruipen van dat mens dat Jack heet en geacht wordt alert en attent te reageren op wat er in het ‘heden’ en de ‘werkelijkheid’ plaatsvindt. En ik maar het gevoel hebben dat ik juist uit een werkelijkheid getrokken te worden die ik als ‘hoger’ en ‘werkelijker’ beschouw.

Hond onder stoel

Deepak Chopra: Global ideas on wellbeing

zondag 10 juli, 2011

Mickey op het balkonDeepak Chopra, voor wie hem niet mocht kennen, is een Indiaas schrijver van boeken over spiritualiteit, alternatieve geneeskunde en de Ayurvedische geneeskunde. Regelmatig legt hij verbanden tussen spiritualiteit en de moderne wetenschap, met name de kwantummechanica, en hij is wat dat betreft een man van deze tijd. Hij twittert heel regelmatig en heeft nu via dat medium een oproep gedaan aan iedereen in de wereld om ideeën aan te dragen over welzijn en welbevinden. @DeepakChopra ‘Please use #cwellbeing hashtag as I’d like to create a database for ideas from all over the world on well being’. Hij noemt het geen ‘geluk’, gelukkig, en het is me ook niet duidelijk of hij nu het Grote Welbevinden bedoelt, zoals in vrede op aarde en dat soort dingen, of het kleinere geluk. Dat laatste is dan stukken makkelijker en twee persoonlijke feitjes heb ik hem al wel kunnen twitteren. ‘Look closely at how cats sit, sleep and move without studying them. Connect with them, on the level of one being to another’. Het tweede feitje deed zich vanmorgen nog voor. Ik was veel te vroeg wakker – vreemd genoeg altijd op zondag en nooit doordeweeks – en liep rond zessen met blote voeten het balkon op en ging bij de reling staan. Ik keek uit over het parkje achter mijn flat, luisterde naar wat vroege merels, zag een zonnestraaltje de toppen van de bomen raken en voelde frisse lucht zachtjes langs mijn gezicht en voeten stromen: ‘Waking up before everyone else, and then going outside to feel the air.’ Ook fijn, maar het was nóg fijner geweest als er behalve die lucht ook nog iets harigs langs mijn benen had gestreken.

Visuele immuniteit

woensdag 20 april, 2011

Oog van vriendin MTIk maak me zorgen over onze zintuigen. Onze zintuigen liggen aan de basis van onze ervaringen. Ze vertellen ons hoe de wereld om ons heen eruit ziet, wat prettig is voor ons en waar we voor moeten oppassen. Het zijn onze voelsprieten die voortdurend onze omgeving aftasten en verkennen. Die voelsprieten vertellen ons niet alleen maar iets over de omgeving, maar ook over onszelf. Ze bepalen, in beginsel. wie we zijn en wat onze plek is in het leven. Maar het gaat slecht met onze zintuigen. Ze stompen af. Dat is wat je vaak hoort en leest. Onze vingers gebruiken alleen nog maar een toetsenbord of de afstandsbediening, groente gaat rechtstreeks vanuit de plastic verpakking in de pan, en alleen de mond onderaan de stofzuigerslang weet nog hoe zacht een vloerkleedje is. Onze zintuigen stompen niet alleen maar af, ze vergeten ook dingen. Ze zijn erop getraind dingen te ontwijken die ons onnodig zouden kunnen belasten. Dat is goed, anders zouden we knettergek worden van alles wat onze zintuigen iedere dag weer registreren, bewust of onbewust. Maar behalve dat merkte ik laatst weer eens hoe ik mezelf ook heb weten te oefenen in het ontwijken van dingen. Neem nu bijvoorbeeld die storende advertenties op internetpagina’s. Vooral als ze ook nog eens bewegen, vervagen en dan opeens weer verschijnen. Knipperend, roepend. Zie mij, kijk naar mij. Maar ik zie ze niet meer. Zelfs de tevoorschijn floepende meldingen op het beeldscherm van mijn computer vallen me nauwelijks meer op. Op de een of andere manier heb ik mijn hersenen zodanig weten op te voeden dat ze die bewegingen haast niet meer waarnemen. Als dat zo goed is gelukt, wat zie ik dan nog meer niet? Voor welke bewegingen zijn mijn ogen dan nog meer immuun geworden? Zit ik straks op mijn motorfiets en negeer ik dan een met zijn armen zwaaiende agent die me wil waarschuwen voor een enorm gat in het wegdek? Kan ik straks iemands lichaamstaal niet meer lezen omdat ik gewend ben geraakt aan dit ontwijken van signalen? Alleen gestuurde bewegingen, zoals in een film of computerspel, die kunnen we nog wel volgen. En op het gebied van onze oren zijn we prima in staat muziek te volgen. Velen van ons doen niet anders, 16 uur per dag met een radio op de achtergrond. Maar dat is net zoiets als een tunnel of achtbaan waarbinnen onze zintuigen heen en weer worden geslingerd, alles binnen een streng afgebakend kader. Net zo’n kader als waar ik nu achter zit, bezig dit stukje tekst te typen. Maar daarbuiten, buiten dat kader. Daar ligt het eigenlijke gebied voor onze zintuigen om te verkennen. Daarbinnen is alles al gezien en gehoord en gevoeld, hoe hard een reclamemaker ook schreeuwt ‘Nieuw!’ en ‘Ervaar het verschil!’. Wat echt nieuw is kan nooit voorgeschoteld worden maar moet zelf worden ontdekt.

Op eenzame hoogte

dinsdag 5 april, 2011

Op een dag zat ik op mijn fiets en fietste langzaam langs het Cobbenhagenpark. Een lang groen lint in Tilburg West dat een aantal flats scheidt van een vrij drukke doorgaande weg. Ik keek afwisselend naar de mij tegemoetkomende fietsers en naar de rondscharrelende vogels in het groen. Ik constateerde wederom dat er nauwelijks door anderen een blik geworpen werd op die kleine gevleugelde vrienden van ons. Hoe komt dat toch. Waarom wordt er in het algemeen zo weinig naar de dieren omgekeken die zich in onze directe omgeving bevinden? Is het mogelijk dat dit te maken heeft met het feit dat dieren zich niet op gelijke kijkhoogte bevinden met ons mensen? Zomaar een idee. We kijken als mens doorgaans recht vooruit, naar links of naar rechts. We kijken op tegen dingen die groter zijn dan ons en neer op dat wat kleiner is. Met uitzondering misschien van een paard of een olifant of een beer die op zijn achterste poten gaat staan, is er geen ander leven op aarde dat zich op een gelijk ‘niveau’ manifesteert dan het onze. Geen ander leven dat ons recht in de ogen kan kijken. Kijken we daarom neer op ander leven of negeren we het wanneer het zich buiten ons bereik bevindt, rondfladderend in de lucht? Ik ben hier even heel erg aan het veralgemeniseren, dat is wel duidelijk. Er zijn genoeg mensen die zich er wel bij betrokken voelen en er ook veel aandacht aan besteden. Helaas zitten daar ook veel mensen tussen die naar ander leven kijken puur vanuit nutsaspect, of als last. Hoeveel biggen heeft die zeug dit jaar kunnen werpen en hoe krijg ik die rotduiven weg die mijn auto telkens weer onderschijten.

Bij kinderen is het hoogteverschil nog niet zo sterk aanwezig. Die zijn kleiner en bevinden zich dus op ongeveer gelijke kijkhoogte als dieren. En anders nemen ze wel de moeite om er met hun ogen heel erg dicht bovenop te gaan zitten. Daarom zien kinderen ook meer van wat zich dicht bij de aardbodem afspeelt en zijn volwassenen vooral bezig met hun eigen gedachten en met elkaar. Het lijkt wel letterlijk een kwestie van afstand. Ga maar eens op je knieën zitten in de tuin en de beleving van de wereld om je heen verandert acuut. Heb je geen tuin, kruip dan maar eens een minuut of vijf op handen en voeten door je woonkamer. Gewoon doen en goed om je heen kijken. Of kijk neer op je hond en ga vervolgens naast hem liggen op de grond. Iedereen die dit weleens gedaan heeft weet dat het gevoel van contact dan totaal verandert. En zelfs het gevoel dat je van jezelf hebt, als mens. Misschien zijn we wel te snel of te hard gegroeid en hadden we nog wat langer op handen en voeten moeten blijven rondkruipen voordat we rechtop leerden lopen. Ik heb het idee dat we ons gevoel van nederigheid een beetje kwijt zijn. Natuurrampen zoals in Japan en elders kunnen ons dat gevoel terugggeven. Als we tenminste bereid zijn af en toe af te dalen van onze ladder en niet alleen maar willen blijven klimmen, naar die eenzame hoogte.

Kamerschermen

zondag 30 januari, 2011

KamerschermenVanochtend keek ik naar buiten en zag een wereld voor me. Of was het een foto, een kamerscherm ter grootte van een paar honderd vierkante meter. Niets bewoog, helemaal niets. Ook geen vogel, geen wandelaar die zijn hond uitlaat, geen geluid. Even helemaal niets, volledig onbewogen, star. Hoe zou het zijn, vroeg ik me af, als de wereld zoals wij hem denken te kennen, opeens zou stilvallen? Nog erger. Hoe zou het zijn als die hele wereld daarbuiten nooit meer in beweging zou komen? Eén grote aaneengeklonken massa onaantastbaar stenen geheel. Nog erger. Metaal. Een soort immense koraal, waarbij alles met elkaar verbonden is en zelfs het allerkleinste takje niet meer in beweging te krijgen is. Ook niet met een hamer of een boor of een snijbrander. Een onwrikbare wereld van vormen en objecten. Hoe zou dat zijn?

Nou, dat zou niet zo fijn zijn. Nooit meer gras onder je voeten kunnen voelen. Altijd oppassen dat je je niet bezeert aan een blad van een boom. Nooit meer je hand strelend en prikkelend door een struik kunnen halen. En vooral het besef, dat de wereld daarbuiten niet meer voor jou is. Om te kunnen voelen en te kunnen ervaren. Alleen al het mezelf voorstellen van een wereld als deze stemt me triest. Eenzaam en afgesloten. Is dat de wereld zoals ik die zelf ervaar? Nee, zeker niet. Maar ik voel en zie wel hoe vanzelfsprekend, respectloos en veronachtzamend wij mensen vaak omgaan met de wereld waarin we leven. Misschien zijn wij zelf wel het onderdeel dat zo verstild, versteend, zo onwrikbaar geworden is. Geen gevoel en waardering meer voor de natuur, de dieren. Opgesloten in onze zelfgecreëerde mensenwereld van quizen en spaarrekeningen. Van de nieuwste smartphone en unieke aanbiedingen. We communiceren ons suf, binnen onze eigen glazen stolp. Wat daarbuiten is horen we, niet meer. We zien alleen nog maar plaatjes en vooronderstelde beelden van hoe wij willen dat de wereld eruit ziet. Zoals we er zelf, inmiddels, uitzien. Kamerschermen.

Belevingsplekken

donderdag 28 oktober, 2010

BelevingsplekEen mens hoeft zich tegenwoordig niet gauw te vervelen. Mocht het toch niet zo lukken, dan zijn er altijd wel mensen die je hierbij een handje willen helpen. Er zijn zelfs allerlei websites die precies voor je in de gaten houden waar wat te doen is. Film, theater, muziek, sport, braderieën en jaarmarkten, rondleidingen, workshops, noem maar op. Uitstapjes genoeg, en als je toevallig je keuze hebt laten vallen op een wandeling in het bos, bijvoorbeeld in de buurt van de Rovertse Heide onder Goirle, staan er borden opgesteld die aangeven waar de beste belevingsplekken zich bevinden. Makkelijker kunnen ze het een mens niet maken.

BelevingsplekBijgaande foto geeft een beeld van hoe zo’n belevingsplek er uitziet. Inderdaad een heel mooi plaatje, alleen weet ik niet zeker of de plek wel klopt. Zoals je kunt zien aan de eerste foto is het plastic bovenop de kaart behoorlijk vies en dof, dus het kan zijn dat ik een meter of wat verkeerd opgesteld stond. Het voelde ook niet optimaal moet ik bekennen. Een paar koeien links en rechts en een reiger in het water had de beleving compleet kunnen maken.

Vuvuzetamol

donderdag 17 juni, 2010

VuvuzetamolOok zo’n hoofdpijn van die toeter? Koop dan snel een pakje Vuvuzetamol bij het Kruidvat en weg is de pijn. Voor de vuvuzela’s zelf is inmiddels een inzamelingsactie gestart. Van het gerecycelde plastic zullen oordopjes worden gemaakt.

Waarom vogeltjes ‘s ochtends zingen

dinsdag 11 mei, 2010

MerelOm vijf uur vanochtend al wakker, en dan is er nog niet veel anders te doen dan armen achter je hoofd en luisteren naar de vogels. Er zijn ergere manieren om wakker te worden. En ergere manieren om te moeten blijven liggen. En terwijl ik zo naar de vogels lag te luisteren vroeg ik me voor de zoveelste keer af waarom ze ‘s ochtends toch zo actief zijn. Mijn eerste (menselijke) gedachte was dat ze blij zijn dat de nacht weer voorbij is omdat ze eerder dan ons de zon al kunnen zien opkomen. Vogeltjes hebben geen gordijnen. Een soort ‘oerblijheid’ dus die in iedere levend wezen zit, om na de diepte van een nachtelijke golf weer als vanzelf naar boven gestuwd te worden naar het licht. Het wordt weer dag en we zijn er nog. Laten we zingen!

Zo moet je echter niet denken, dat is niet wetenschappelijk. Het zal vast wel weer iets te maken hebben met overlevingsdrang en conditionering. Ik ben daarom maar even gaan zoeken op internet naar de eigenlijke reden achter dit fenomeen en kwam deze verklaringen tegen:

GOEIEVRAAG.NL: Het voorjaar en zomer is het voor een vogeltje de tijd om aan een gezinnetje te denken en daarvoor moet je wel een eigen plekje hebben. Heb je dat gevonden dan zet je een grote bek op om iedereen te laten weten dat dit jouw plekje is. En daar moet je al vroeg mee beginnen, liefst al net voor het licht wordt! Dan weten de anderen waar ze aan toe zijn. Zijn in het najaar de kindjes al de deur uit en het steeds later licht wordt, dan is het tijd om uit te slapen, dus hoor je dan niets.

VPRO NOORDERLICHT: Zo’n veertig jaar terug speculeerden ornithologen dat roodborstjes, die overal ter wereld ’s ochtends als eerste gaan zingen, ook als eerste de zon zien opkomen. Dat klopt, zeggen biologen nu na onderzoek onder 57 soorten zangvogels: het roodborstje heeft de grootste ogen. Hekkensluiter is de pimpelmees, wiens stem het laatste klinkt – zijn kraaloogjes zien het morgenlicht soms pas anderhalf uur later.

Hmmm. Een nieuwe vraag komt nu in me naar boven. Als het eerste klopt en ook het tweede, dat van de grootte van de ogen, waarom worden alle vogels dan niet tegelijkertijd wakker van het gezang van de roodborstjes en gaan ze vervolgens allemaal meezingen? Zou het misschien kunnen zijn dat hoe kleiner de ogen hoe slechter de oren? Edwin van de Sar heeft grote oren en geen bril. Ik heb kleine oren en -6. Voldoende reden voor wetenschappers om dit eens nader te gaan onderzoeken lijkt me.

Het sexappeal van een benzinepomp

woensdag 14 april, 2010

Marinet Haitsma schrijft vandaag op haar weblog dat benzinepompen geen sexappeal hebben. Daar moet ik haar toch even in corrigeren. Voor vrouwen mag een benzinepomp dan misschien een tochtig gat zijn waar het altijd stinkt naar olie en benzine, juist voor mannen kan dit een heel opwindende omgeving zijn. En dan heb ik het niet over ‘dat ding’ in ‘dat gat’ steken (om te kunnen gaan tanken…), dat zou te platvloers zijn. Ik doel op de eerder genoemde geuren die bij mannen, en in elk geval bij mij, heel opwekkend kunnen werken.

WerkplaatsIk ben geen sleutelaar. Nog steeds ben ik bang een cruciale moer of schroef de vernieling in te helpen als ik eens probeer te doe-het-zelven. Toch vind ik een garage of benzinepomp een heerlijke omgeving om in rond te lopen. De geur van smeer, olie en benzine. Heerlijk. Ze brengen me altijd meteen terug bij het aardse, het fysieke. Alsof het smeersel van de aarde contact maakt met mijn eigen smeersel, mijn eigen lichaamssappen. Ik krijg dan zin. Zin om lichamelijk bezig te zijn. Te gaan wroeten in de aarde, te gaan hardlopen in het bos of poetsen aan mijn motor. Of zin in sex. Dan is het opeens ook niet zo raar dat in de werkplaats van een garage altijd wel ergens een kalender hangt met blote meiden.

  • Mans de Jong Eindhoven Airport Ruth Peetoom Nieuwjaarsreceptie CDA Brabant Ruth Peetoom Ruth Peetoom Henk Bleker Henk Bleker Benefiet voor Erwin Vermeulen