Vanochtend keek ik naar buiten en zag een wereld voor me. Of was het een foto, een kamerscherm ter grootte van een paar honderd vierkante meter. Niets bewoog, helemaal niets. Ook geen vogel, geen wandelaar die zijn hond uitlaat, geen geluid. Even helemaal niets, volledig onbewogen, star. Hoe zou het zijn, vroeg ik me af, als de wereld zoals wij hem denken te kennen, opeens zou stilvallen? Nog erger. Hoe zou het zijn als die hele wereld daarbuiten nooit meer in beweging zou komen? Eén grote aaneengeklonken massa onaantastbaar stenen geheel. Nog erger. Metaal. Een soort immense koraal, waarbij alles met elkaar verbonden is en zelfs het allerkleinste takje niet meer in beweging te krijgen is. Ook niet met een hamer of een boor of een snijbrander. Een onwrikbare wereld van vormen en objecten. Hoe zou dat zijn?
Nou, dat zou niet zo fijn zijn. Nooit meer gras onder je voeten kunnen voelen. Altijd oppassen dat je je niet bezeert aan een blad van een boom. Nooit meer je hand strelend en prikkelend door een struik kunnen halen. En vooral het besef, dat de wereld daarbuiten niet meer voor jou is. Om te kunnen voelen en te kunnen ervaren. Alleen al het mezelf voorstellen van een wereld als deze stemt me triest. Eenzaam en afgesloten. Is dat de wereld zoals ik die zelf ervaar? Nee, zeker niet. Maar ik voel en zie wel hoe vanzelfsprekend, respectloos en veronachtzamend wij mensen vaak omgaan met de wereld waarin we leven. Misschien zijn wij zelf wel het onderdeel dat zo verstild, versteend, zo onwrikbaar geworden is. Geen gevoel en waardering meer voor de natuur, de dieren. Opgesloten in onze zelfgecreëerde mensenwereld van quizen en spaarrekeningen. Van de nieuwste smartphone en unieke aanbiedingen. We communiceren ons suf, binnen onze eigen glazen stolp. Wat daarbuiten is horen we, niet meer. We zien alleen nog maar plaatjes en vooronderstelde beelden van hoe wij willen dat de wereld eruit ziet. Zoals we er zelf, inmiddels, uitzien. Kamerschermen.