Time Machine
‘Tijdmachine’ had als titel ook gekunnen, maar klonk opeens teveel als ‘eierwekker’ toen ik het opschreef. Dus dan toch maar op z’n Engels. Het is tevens de titel van een prachtige en sfeervolle sciencefiction klassieker uit 1960: The Time Machine. Een film waarvan het verhaal begint rond de kerst/jaarwisseling van 1900 en past dus heel mooi in deze tijd van het jaar.
Ik moest er aan denken toen ik vanuit mijn huiskamer naar buiten keek. Beneden in het parkje achter mijn flat liep een jonge vrouw haar hond – een kleine zwart-witte poedel – uit te laten. Het uitlaten was al lang geen vreugd meer zo te zien, want met haar mobieltje tegen haar oren gedrukt zat ze met haar hoofd duidelijk in een hele andere wereld. De hond maakte het niks uit natuurlijk, als die maar naar buiten kan.
Ze komt hier al jaren de hond uitlaten, maar er was iets aan haar veranderd waardoor ik haar niet meteen herkende. In het begin was het haast nog een meisje. Soms was ze samen met een vriendin, weer iets later met een vriend. In het begin kleedde ze zich ook als een meisje. Heel losjes, een sweater en een paar gympen. Daarna iets strakker, spijkerbroeken en nauwsluitende t-shirtjes, een bloot rugje. Maar nu liep daar beneden opeens een jonge vrouw op laarsjes met hoge hakken, een sjiek jasje met (hopelijk nep-)bontkraagje en een zwart gelakte tasje om haar schouder.
Toen ik dat zo zag voelde ik me als Rod Taylor in bovengenoemde film. Er is een scène waarin hij voor het eerst het experiment aangaat met zijn zelfgebouwde tijdmachine en ziet hoe de nooit ouder wordende paspop in de etalage aan de overkant steeds maar weer wisselt van kleding. Eerst alleen maar door de wisseling van de seizoenen, later – als hij de tijdmachine sneller laat gaan – door het veranderen van de mode door de jaren heen.
Eigenlijk zitten we natuurlijk met z’n allen in één grote tijdmachine. Maar om iets op te pikken van de voortschrijdende tijd moet je er in ons geval juist uítstappen en niet er in blijven zitten. Even stilstaan en kijken terwijl de rest doorgaat. Ik vind het héérlijk om te doen.
Eén ding is echter al die jaren niet veranderd: de hond. Die ziet er nog precies zo uit als jaren geleden. Maar dieren hebben zich nog nooit veel aangetrokken van de tijd van de mensen. Misschien dat ik ze daarom zo erg kan waarderen.









