Zeventien treden
Ooit stond hij voor het eerst op eigen benen en zette hij zijn eerste pasjes. Daarna groeiden zijn voeten, werden zijn benen langer en kon hij grotere stappen zetten. De stappen werden sprongen, het lopen werd rennen, en bovenop die benen stond een romp die met gemak twee zakken steenkolen van elk vijftig kilo kon dragen.
Dat ging zo een hele tijd door totdat het lopen opeens moeizamer begon te gaan. Om toch nog wat in beweging te blijven werd de fiets het favoriete vervoermiddel en konden afstanden nog in kilometers worden uitgedrukt. Maar inmiddels wordt er bij mijn ouders thuis niet meer gesproken in kilometers maar in treden. Zeventien treden om precies te zijn, van de begane grond tot aan de voordeur van de flat. En die zeventien treden worden niet meer met sprongen genomen maar stap voor stap. Steeds moeizamere stappen.
Er zijn mensen die zeggen dat ouder worden leuk is, maar ik moet het nog zien. Als ik zie dat mijn vader nu zelfs moeite heeft met het opendraaien van het deksel van een potje jam, dan vind ik dat toch niet echt een prettig gezicht. Maar we zullen wel zien, want ik wil wel oud genoeg worden zodat ik zelf kan beoordelen of het meevalt of niet. Ook al moet ik de laatste meters stap voor stap afleggen.









